ADR-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Hoofdstuk 2.2.9 openen →

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Hoofdstuk 5.4 openen →

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.5 openen →
Hoofdstuk 6.6 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Hoofdstuk 6.11 openen →

Deel 7 — Vervoer, laden, lossen

Deel 8 — Bemanning + voertuig

Deel 9 — Constructie + goedkeuring voertuigen

Tabel A
Inhoudsopgave hoofdstuk 9.6
  1. 9.6.1 aanvullende voorschriften inzake complete of afgebouwde voertuigen, bestemd voor het vervoer van stoffen onder temperatuurbeheersing

HOOFDSTUK 9.6
AANVULLENDE VOORSCHRIFTEN INZAKE COMPLETE OF AFGEBOUWDE VOERTUIGEN, BESTEMD VOOR HET VERVOER VAN STOFFEN ONDER TEMPERATUURBEHEERSING

 

Geïsoleerde, sterk gekoelde en op mechanische wijze sterk gekoelde voertuigen bestemd voor het vervoer van stoffen onder temperatuurbeheersing, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. het voertuig moet met betrekking tot de isolatie en wijze van koeling zodanig zijn uitgerust, dat de controletemperatuur voor de te vervoeren stof, voorgeschreven in 2.2.41.1.17 en 2.2.52.1.15 en in 2.2.41.4 en 2.2.52.4, niet wordt overschreden.

    De totale warmtedoorgangscoëfficiënt mag niet meer bedragen dan 0,4 W/m2K;

  2. het voertuig moet zodanig zijn uitgerust dat dampen, die van de vervoerde stoffen of het vervoerde koelmiddel afkomstig zijn, niet in de bestuurderscabine kunnen doordringen;

  3. er moet zijn voorzien in een geschikte inrichting die het mogelijk maakt dat de in de laadruimte heersende temperatuur te allen tijde vanuit de cabine kan worden vastgesteld;

  4. de laadruimte moet zijn voorzien van ventilatieopeningen of -kleppen, indien er enige kans bestaat op een daarin optredende gevaarlijke overdruk.

    Zo nodig moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om zeker te stellen dat de koeling als gevolg van de ventilatieopeningen of -kleppen niet in het geding komt;

  5. het koelmiddel mag niet brandbaar zijn; en

  6. de koelinstallatie van een op mechanische wijze gekoeld voertuig moet onafhankelijk van de voor de voortbeweging van het voertuig gebruikte motor kunnen functioneren.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADR-digitaal, bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADR-regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADR, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADR.