ADR-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Hoofdstuk 2.2.9 openen →

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Hoofdstuk 5.4 openen →

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.5 openen →
Hoofdstuk 6.6 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Hoofdstuk 6.11 openen →

Deel 7 — Vervoer, laden, lossen

Deel 8 — Bemanning + voertuig

Deel 9 — Constructie + goedkeuring voertuigen

Tabel A
Inhoudsopgave hoofdstuk 9.3
  1. 9.3.1 Te gebruiken materialen voor de constructie van voertuigopbouwen
  2. 9.3.2 Verwarmingssystemen op brandstof
  3. 9.3.4 EX/III-voertuigen

HOOFDSTUK 9.3
AANVULLENDE VOORSCHRIFTEN INZAKE COMPLETE OF AFGEBOUWDE EX/II- OF EX/III-VOERTUIGEN, BESTEMD VOOR HET VERVOER VAN ONTPLOFBARE STOFFEN EN VOORWERPEN (KLASSE 1) IN COLLI

 

Te gebruiken materialen voor de constructie van voertuigopbouwen
Voor de constructie van de opbouw mogen geen materialen worden gebruikt, die met de vervoerde ontplofbare stoffen gevaarlijke verbindingen zouden kunnen vormen.

Verwarmingssystemen op brandstof mogen alleen worden ingebouwd in EX/II- en EX/III-voertuigen ter verwarming van de bestuurderscabine of de motor.

De schakelaar van het verwarmingssysteem op brandstof mag buiten de bestuurderscabine zijn aangebracht.

De bestendigheid van de warmtewisselaar tegen een beperkte nadraaiperiode behoeft niet te worden aangetoond.

In de laadruimte mogen geen verwarmingssystemen op brandstof of brandstoftanks, energiebronnen, inlaatopeningen voor verbrandings- of verwarmingslucht, alsmede uitmondingen van uitlaatleidingen die voor de werking van het verwarmingssysteem nodig zijn, zijn aangebracht.

EX/II-voertuigen
De voertuigen moeten zodanig zijn ontworpen, geconstrueerd en uitgerust dat de explosieven zijn beschermd tegen gevaren van buitenaf en het weer.

Zij moeten gesloten zijn of met een dekzeil uitgerust zijn.

Het dekzeil moet bestand zijn tegen scheuren en moet zijn vervaardigd van waterdicht en moeilijk brandbaar* materiaal.

Het moet op zodanige wijze zijn gespannen dat de laadruimte aan alle zijden is afgedekt.

Alle openingen in het laadcompartiment van gesloten voertuigen moeten vergrendelbare, nauwsluitende deuren of panelen hebben.

De bestuurderscabine moet van het laadcompartiment gescheiden zijn door middel van een ononderbroken wand.

* Aan dit voorschrift inzake brandbaarheid wordt geacht te zijn voldaan, indien in overeenstemming met de procedure zoals omschreven in ISO-norm 3795:1989 “Wegvoertuigen, trekkende voertuigen en machines voor land- en bosbouw - Bepaling van het brandgedrag van interieurmaterialen”, bij monsters van het dekzeil de voortschrijding van een brand een waarde van 100 mm/min niet te boven gaat.

De voertuigen moeten zodanig zijn ontworpen, geconstrueerd en uitgerust dat de explosieven zijn beschermd tegen gevaren van buitenaf en het weer.

Deze voertuigen moeten gesloten zijn.

De bestuurderscabine moet van het laadcompartiment gescheiden zijn door middel van een ononderbroken wand.

Het laadoppervlak mag geen onderbrekingen vertonen.

Bevestigingspunten voor het vastsjorren van de lading mogen ingebouwd zijn.

Alle naden moeten afgedicht zijn. Alle openingen moeten kunnen worden afgesloten.

Zij moeten zodanig zijn geconstrueerd en geplaatst dat de naden overlapt zijn.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADR-digitaal, bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADR-regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADR, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADR.