ADR-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Hoofdstuk 2.2.9 openen →

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Hoofdstuk 5.4 openen →

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.5 openen →
Hoofdstuk 6.6 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Hoofdstuk 6.11 openen →

Deel 7 — Vervoer, laden, lossen

Deel 8 — Bemanning + voertuig

Deel 9 — Constructie + goedkeuring voertuigen

Tabel A
Inhoudsopgave hoofdstuk 5.1
  1. 5.1.1 Toepassing en algemene voorschriften
  2. 5.1.3 Lege, ongereinigde verpakkingen (met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen), tanks, MEMU’s, voertuigen en containers voor vervoer als los gestort goed

DEEL 5
PROCEDURES VOOR VERZENDING

HOOFDSTUK 5.1
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN.

 

Toepassing en algemene voorschriften

Dit deel bevat de voorschriften met betrekking tot de kenmerking, de etikettering en de documentatie voor zendingen gevaarlijke goederen en waar van toepassing, goedkeuring van verzendingen en voorafgaande kennisgevingen.

  1. Tenzij de kenmerken en etiketten vereist volgens hoofdstuk 5.2, met uitzondering van 5.2.1.3 tot en met 5.2.1.6, 5.2.1.7.2 tot en met 5.2.1.7.8 en 5.2.1.10, representatief voor alle gevaarlijke goederen in de oververpakking zichtbaar zijn, moet een oververpakking:
    1. het woord "OVERVERPAKKING" bevatten. De letters van het woord “OVERVERPAKKING” moeten ten minste 12 mm hoog zijn. De aanduiding moet zijn gesteld in een officiële taal van het land van herkomst en bovendien, indien deze taal niet het Engels, Frans of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele overeenkomsten die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen; en
    2. geëtiketteerd en gekenmerkt zijn met het UN-nummer en andere kenmerken zoals voorgeschreven voor colli in hoofdstuk 5.2, met uitzondering van 5.2.1.3 tot en met 5.2.1.6, 5.2.1.7.2 tot en met 5.2.1.7.8 en 5.2.1.10, voor alle afzonderlijke gevaarlijke goederen die in de oververpakking aanwezig zijn. Elk afzonderlijk kenmerk of etiket hoeft slechts eenmaal te worden aangebracht.

      Oververpakkingen die radioactieve stoffen bevatten, moeten volgens 5.2.2.1.11 worden geëtiketteerd.

  2. Richtinggevende pijlen, afgebeeld in 5.2.1.10, moeten te zien zijn op twee tegenover elkaar gelegen zijden van oververpakkingen met colli die van een kenmerking overeenkomstig 5.2.1.10.1 moeten zijn voorzien, tenzij de kenmerken zichtbaar blijven.
5.1.2.1 - VLG

De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.

 

Elk collo gevaarlijke goederen dat zich bevindt in een oververpakking moet voldoen aan alle van toepassing zijnde voorschriften van het ADR. De beoogde functie van elke verpakking mag door de oververpakking niet worden aangetast.

Van elk collo waarop de richtinggevende kenmerken voorgeschreven in 5.2.1.10 zijn aangebracht en dat in een oververpakking of een grote verpakking is geplaatst, moet de stand overeenkomen met deze kenmerken.

De samenladingsverboden zijn ook op deze oververpakkingen van toepassing

Lege, ongereinigde verpakkingen (met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen), tanks, MEMU’s, voertuigen en containers voor vervoer als los gestort goed

Lege, ongereinigde verpakkingen (met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen), tanks (met inbegrip van tankwagens, batterijwagens, afneembare tanks, transporttanks, tankcontainers, MEGC’s en MEMU’s), voertuigen en containers voor vervoer als los gestort goed, die gevaarlijke goederen van de verschillende klassen met uitzondering van klasse 7 hebben bevat, moeten van kenmerking en etiketten zijn voorzien alsof ze vol waren.

Opmerking: Zie hoofdstuk 5.4 voor de documentatie.

Containers, tanks, IBC's en andere verpakkingen en oververpakkingen die voor het vervoer van radioactieve goederen worden gebruikt, mogen niet voor de opslag of het vervoer van andere stoffen worden gebruikt, tenzij zij zijn ontsmet tot onder het niveau van 0,4 Bq/ cm2 voor bèta- en gammastralers, alsmede voor alfastralers van geringe toxiciteit en 0,04 Bq/cm2 voor alle andere alfastralers.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADR-digitaal, bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADR-regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADR, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADR.