Overeenstemming met de voorschriften van dit hoofdstuk
Hoofdstuk 9.2
Inhoudsopgave hoofdstuk 9.2
HOOFDSTUK 9.2
VOORSCHRIFTEN INZAKE DE CONSTRUCTIE VAN VOERTUIGEN
EX/II-, EX/III-, FL- en AT-voertuigen moeten aan de voorschriften van dit hoofdstuk voldoen overeenkomstig de tabel hieronder.
Voor voertuigen, anders dan EX/II-, EX/III-, FL- en AT-voertuigen:
- zijn de voorschriften van 9.2.3.1.1 (Reminrichting in overeenstemming met VN-Reglement nr. 13 of Richtlijn 71/320/EEG) van toepassing op alle voertuigen die na 30 juni 1997 voor het eerst zijn geregistreerd (of in bedrijf zijn genomen, indien registratie niet verplicht is);
- zijn de voorschriften van 9.2.5 (Snelheidsbegrenzer in overeenstemming met VN-Reglement nr. 89 of Richtlijn 92/24/EEG) van toepassing op alle motorvoertuigen met een maximale massa van meer dan 12 ton die na 31 december 1987 voor het eerst zijn geregistreerd en op alle motorvoertuigen met een maximale massa van meer dan 3,5 ton maar niet meer dan 12 ton, die na 31 december 2007 voor het eerst zijn geregistreerd.
| VOERTUIGEN | KANTTEKENINGEN | |||||
| TECHNISCHE SPECIFICATIES | EX/II | EX/III | AT | FL | ||
| 9.2.2 | ELEKTRISCHE UITRUSTING | |||||
| 9.2.2.1 | Algemene voorschriften | X | X | X | X | |
| 9.2.2.2.1 | Bedrading | X | X | X | X | |
| 9.2.2.2.2 | Aanvullende bescherming | Xa | X | Xb | X | a Van toepassing op voertuigen met een maximale massa van meer dan 3,5 ton die vanaf 31 maart 2018 voor het eerst geregistreerd zijn (of in bedrijf genomen zijn, indien registratie niet verplicht is). b Van toepassing op voertuigen die vanaf 31 maart 2018 voor het eerst geregistreerd zijn (of in bedrijf genomen zijn, indien registratie niet verplicht is). |
| 9.2.2.3 | Zekeringen en stroomonderbrekers | Xb | X | X | X | b Van toepassing op voertuigen die vanaf 31 maart 2018 voor het eerst geregistreerd zijn (of in bedrijf genomen zijn, indien registratie niet verplicht is). |
| 9.2.2.4 | Accu’s | X | X | X | X | |
| 9.2.2.5 | Verlichting | X | X | X | X | |
| 9.2.2.6 | Elektrische verbindingen | Xc | X | Xb | X | b Van toepassing op voertuigen die vanaf 31 maart 2018 voor het eerst geregistreerd zijn (of in bedrijf genomen zijn, indien registratie niet verplicht is). c Van toepassing op motorvoertuigen bestemd voor het trekken van aanhangwagens met een maximale massa van meer dan 3,5 ton en aanhangwagens met een maximale massa van meer dan 3,5 ton die vanaf 31 maart 2018 voor het eerst geregistreerd zijn (of in bedrijf genomen zijn, indien registratie niet verplicht is). |
| 9.2.2.7 | Spanning | X | X | |||
| 9.2.2.8 | Hoofdschakelaar voor de accu | X | X | |||
| 9.2.2.9 | Stroomkringen met permanente voeding | |||||
| 9.2.2.9.1 | X | |||||
| 9.2.2.9.2 | X | |||||
| 9.2.3 | REMINRICHTING | |||||
| 9.2.3.1 | Algemene voorschriften | X | X | X | X | |
| Antiblokkeer-remsysteem | X e | X d, e | Xd,e | Xd,e | d Van toepassing op motorvoertuigen (trekkende voertuigen en niet-gelede voertuigen) met een maximale massa van meer dan 16 ton en motorvoertuigen toegelaten tot het voortbewegen van aanhangwagens (d.w.z. complete aanhangwagens, opleggers en middenas-aanhangwagens) met een maximale massa van meer dan 10 ton. Motorvoertuigen moeten zijn uitgerust met een antiblokkeer-remsysteem van categorie I. Van toepassing op aanhangwagens (d.w.z. complete aanhangwagens, opleggers en middenas-aanhangwagens) met een maximale massa van meer dan 10 ton. Aanhangwagens moeten zijn uitgerust met een antiblokkeer-remsysteem van categorie A. e Van toepassing op alle motorvoertuigen en op alle aanhangwagens met een maximale massa van meer dan 3,5 ton die vanaf 31 maart 2018 voor het eerst geregistreerd zijn (of in bedrijf genomen zijn, indien registratie niet verplicht is). |
|
| Duurremsysteem | X f | X g | Xg | Xg | f Van toepassing op motorvoertuigen met een maximale massa van meer dan 16 ton of goedgekeurd voor het trekken van aanhangwagens met een maximale massa van meer dan 10 ton die vanaf 31 maart 2018 voor het eerst geregistreerd zijn. Het duurremsysteem moet van het type IIA zijn. g Van toepassing op motorvoertuigen met een maximale massa van meer dan 16 ton of goedgekeurd voor het trekken van een aanhangwagen met een maximale massa van meer dan 10 ton. Het duurremsysteem moet van het type IIA zijn. |
|
| 9.2.4 | AANDRIJFSYSTEEM | |||||
| 9.2.4.2 | Brandstoftanks en -flessen | X | X | Xh | X | h Van toepassing op motorvoertuigen die andere brandstoffen dan waterstof gebruiken en die voor het eerst zijn geregistreerd na 31 december 2026. |
| 9.2.4.3 | Verbrandingsmotor | X | X | Xi | X | i Van toepassing op motorvoertuigen die voor het eerst zijn geregistreerd na 31 december 2026 |
| 9.2.4.3.1 | Motor | X | X | Xi | X | i Van toepassing op motorvoertuigen die voor het eerst zijn geregistreerd na 31 december 2026 |
| 9.2.4.3.2 | Uitlaatsysteem | X | X | X | ||
| 9.2.4.4 | Elektrische aandrijflijn | X | ||||
| 9.2.4.4.1 | Algemene bepalingen | X | X | |||
| 9.2.4.4.2 | Oplaadbaar elektrisch energiesysteem | Xi | X | i Van toepassing op motorvoertuigen die voor het eerst zijn geregistreerd na 31 december 2026 | ||
| 9.2.4.4.3 | Maatregelen tegen thermische propagatie | X | ||||
| 9.2.4.4.4 | Voertuiglaadaansluiting | X | ||||
| 9.2.4.5 | Waterstofbrandstofcel | X | X | |||
| 9.2.5 | Verwarmingssystemen op brandstof | |||||
| 9.2.5.1 9.2.5.2 9.2.5.5 |
Xj | Xj | Xj | Xj | j Van toepassing op motorvoertuigen die na 30 juni 1999 zijn uitgerust. Verplichte naleving uiterlijk op 1 januari 2010 voor voertuigen die vóór 1 juli 1999 zijn uitgerust. Als de uitrustingsdatum niet beschikbaar is, wordt in plaats daarvan de datum van eerste registratie van het voertuig gebruikt | |
| 9.2.5.3 9.2.5.4 |
Xj | j Van toepassing op motorvoertuigen die na 30 juni 1999 zijn uitgerust. Verplichte naleving uiterlijk op 1 januari 2010 voor voertuigen die vóór 1 juli 1999 zijn uitgerust. Als de uitrustingsdatum niet beschikbaar is, wordt in plaats daarvan de datum van eerste registratie van het voertuig gebruikt | ||||
| 9.2.5.6 | X | X | ||||
| 9.2.6 | Snelheidsbegrenzer | Xk | Xk | Xk | Xk | k Van toepassing op motorvoertuigen met een maximale massa van meer dan 12 ton, die voor het eerst zijn geregistreerd na 31 december 1987, en op alle motorvoertuigen met een maximale massa van meer dan 3,5 ton maar niet meer dan 12 ton, die voor het eerst zijn geregistreerd na 31 december 2007. |
| 9.2.7 | Koppelinrichtingen van motorvoertuigen en aanhangwagens | X | X | Xl | Xl | l Van toepassing op koppelinrichtingen van motorvoertuigen en aanhangwagens die voor het eerst zijn geregistreerd (of in gebruik zijn genomen indien registratie niet verplicht is) na 31 maart 2018. |
| 9.2.8 | Preventie van andere risico's veroorzaakt door brandstoffen | X | X | |||
MEMU's moeten voldoen aan de voorschriften van dit hoofdstuk, van toepassing op EX/III-voertuigen.
Elektrische uitrusting
Algemene voorschriften
De installatie moet zodanig worden ontworpen, uitgevoerd en beschermd dat deze geen aanleiding kan geven tot onbedoelde ontsteking of kortsluiting onder normale gebruiksomstandigheden van de voertuigen.
De elektrische installatie moet overeenkomstig de tabel van 9.2.1 voldoen aan de voorschriften van 9.2.2.2 t/m 9.2.2.9.
De elektrische aandrijflijn en de daarop galvanisch aangesloten hoogspanningsonderdelen die voldoen aan de technische bepalingen van VN-Reglement nr. 1001, zoals die op zijn minst zijn gewijzigd door wijzigingenreeks 03, hoeven niet te voldoen aan de voorschriften van 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.7.
Bedrading
Kabels
In het elektrische systeem mag geen enkele kabel een sterkere stroom geleiden dan die waarvoor de kabel is ontworpen. De elektrische leidingen moeten afdoende geïsoleerd zijn.
De kabels moeten geschikt zijn voor de omgevingscondities van het voertuig, zoals het temperatuurbereik en de vloeistofcompatibiliteit, waarvoor zij zijn bestemd.
De bedrading moet in overeenstemming zijn met norm ISO 6722-1:2011 + Cor 01:2012 , ISO 6722-2:2013, ISO 19642-3:2019, ISO 19642-4:2019, ISO 19642-5:2019 of ISO 19642-6:2019.
De elektrische bedrading moet stevig bevestigd zijn en zodanig zijn aangebracht dat deze is beschermd tegen mechanische en thermische invloeden.
Aanvullende bescherming
De bedrading achter de bestuurderscabine en op aanhangwagens behoeven aanvullende bescherming om onbedoelde ontsteking of kortsluiting bij een botsing of vervorming zoveel mogelijk te beperken.
De aanvullende bescherming moet geschikt zijn voor normale gebruiksomstandigheden van het voertuig.
Aan de eis van aanvullende bescherming is voldaan wanneer meeraderige leidingen overeenkomstig ISO 14572:2011, ISO 19642-7:2019, ISO 19642-8:2019, ISO 19642-9:2019 of ISO 19642-10:2019 worden gebruikt, of een kabel uit een van onderstaande voorbeelden in de figuren nrs.1 tot en met 4, dan wel een ander samenstel dat gelijkwaardige bescherming biedt.

Bedrading van snelheidssensoren aan wielen behoeft geen aanvullende bescherming.
EX/II-voertuigen die in één fase gebouwde bestelwagens zijn waar de bedrading achter de bestuurderscabine door de carrosserie wordt beschermd, worden geacht aan deze eis te voldoen.
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADR-digitaal, bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADR-regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADR, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADR.