UN 3557 — Voertuig, door batterijen met metallisch lithium aangedreven
RID klasse : 9 - Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.
Limited Quantities : 0
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.
Excepted Quantities : E0
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.
Vervoerscategorie (1000 punten)
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.
Kolom 5 Voorgeschreven etiketten
Uitleg bij kolom 5
Etiketten
Deze kolom bevat het nummer van het model van de etiketten / grote etiketten (zie 5.2.2.2 en 5.3.1.7) die moeten worden aangebracht op colli, containers, tankcontainers, transporttanks, MEGC's en voertuigen.
Echter voor stoffen of voorwerpen van klasse 7 betekent “7X” al naar gelang de categorie een gevaarsetiket volgens model nr. 7A. 7B of 7C (zie 5.1.5.3.4 en 5.2.2.1.11.1) of het grote etiket nr. 7D (zie 5.3.1.1.3 en 5.3.1.7.2).
De algemene voorschriften wat betreft het aanbrengen van etiketten / grote etiketten (bijv. aantal etiketten, plaats van aanbrengen) zijn voor colli te vinden in 5.2.2.1, en voor containers, tankcontainers, MEGC's, transporttanks en voertuigen in 5.3.1.
Opmerking: De voorschriften betreffende de etikettering zoals hierboven vermeld kunnen door bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (6), worden gewijzigd.

Kolom 6 Bijzondere bepalingen · hoofdstuk 3.3
Uitleg bij kolom 6
Bijzondere bepalingen
Deze kolom bevat de numerieke codes van de bijzondere bepalingen die in acht genomen moeten worden. Deze bepalingen betreffen een breed scala onderwerpen, hoofdzakelijk verband houdend met de inhoud van de kolommen (1) t/m (5) (bijv. verbodsbepalingen voor het vervoer, vrijstellingen van voorschriften, toelichting betreffende de classificatie van bepaalde vormen van de betreffende gevaarlijke stoffen en bijkomende voorschriften voor etikettering of de kenmerking), zij zijn in numerieke volgorde opgenomen in hoofdstuk 3.3.
Indien kolom (6) leeg is, zijn op de gegevens in de kolommen (1) t/m (5) voor de betreffende gevaarlijke stoffen of voorwerpen geen bijzondere bepalingen van toepassing.
3.3.1 : Bijzondere bepaling 388
Posities voor UN-nr. 3166 zijn van toepassing op voertuigen met verbrandingsmotoren of brandstofcellen, door brandbare vloeistof of brandbaar gas aangedreven.
Voertuigen met een motor met brandstofcel worden ingedeeld onder de posities UN 3166
VOERTUIG, MET BRANDSTOFCEL, DOOR BRANDBAAR GAS AANGEDREVEN, of UN 3166 VOERTUIG, MET BRANDSTOFCEL, DOOR BRANDBARE VLOEISTOF AANGEDREVEN, naargelang van toepassing. Onder deze posities vallen hybride elektrische voertuigen, uitgerust met zowel een brandstofcel als een verbrandingsmotor en natte batterijen, natriumbatterijen, batterijen van metallisch lithium of lithium-ion-batterijen, die met de batterij(en) ingebouwd worden vervoerd.
Overige voertuigen met een verbrandingsmotor worden ingedeeld onder de posities UN 3166
VOERTUIG, DOOR BRANDBAAR GAS AANGEDREVEN of UN 3166 VOERTUIG, DOOR
BRANDBARE VLOEISTOF AANGEDREVEN, naargelang van toepassing. Onder deze posities vallen hybride elektrische voertuigen, uitgerust met zowel een verbrandingsmotor als natte batterijen, natriumbatterijen, batterijen van metallisch lithium of lithium-ion-batterijen, die met de batterij(en) ingebouwd worden vervoerd.
Indien een voertuig wordt aangedreven door een verbrandingsmotor die loopt op een brandbare vloeistof en een brandbaar gas, wordt het ingedeeld onder UN 3166 VOERTUIG, DOOR BRANDBAAR GAS AANGEDREVEN.
Positie UN 3171 is alleen van toepassing op voertuigen en apparatuur aangedreven door natte batterijen, metallische natriumbatterijen of batterijen van natriumlegeringen, die met deze batterijen ingebouwd worden vervoerd.
UN 3556 VOERTUIG, DOOR LITHIUM-ION BATTERIJ AANGEDREVEN, UN 3557 VOERTUIG, DOOR LITHIUM-METAAL BATTERIJ AANGEDREVEN en UN 3558 VOERTUIG, DOOR NATRIUM-ION-BATTERIJ AANGEDREVEN, naar gelang van het geval, zijn van toepassing op voertuigen met lithium-ion-, lithium-metaal- of natrium-ion batterijen die met de batterijen ingebouwd worden vervoerd.
Voor de toepassing van deze bijzondere bepaling worden onder voertuigen zelfaangedreven apparaten verstaan die zijn ontworpen om een of meer personen of goederen te vervoeren.
Voorbeelden van dergelijke voertuigen zijn auto's, motorfietsen, scooters, voertuigen of motorfietsen met drie of vier wielen, vrachtwagens, locomotieven, fietsen (rijwielen met trappers en een motor) en andere voertuigen van dit type (bijv. zelfbalancerende voertuigen of voertuigen die niet met ten minste één zitplaats zijn uitgerust), rolstoelen, trekker-maaiers, zelfaangedreven bouwmaterieel en landbouwmachines, boten en luchtvaartuigen. Wanneer voertuigen worden vervoerd in een verpakking, mogen bepaalde onderdelen van het voertuig, met uitzondering van de batterij, van het chassis worden verwijderd om het in de verpakking te krijgen.
Voorbeelden van uitrusting zijn grasmaaiers, reinigingsmachines of modelboten of -vliegtuigen.
Apparatuur aangedreven door batterijen van metallisch lithium of lithium-ion-batterijen worden ingedeeld in de posities UN 3091 BATTERIJEN VAN METALLISCH LITHIUM IN APPARATUUR of UN 3091 BATTERIJEN VAN METALLISCH LITHIUM VERPAKT MET APPARATUUR of UN 3481 LITHIUM-ION-BATTERIJEN IN APPARATUUR of UN 3481 LITHIUM-ION-BATTERIJEN VERPAKT MET APPARATUUR, naargelang van toepassing.
Lithium-ion batterijen of metallische lithium batterijen die zijn aangebracht in een laadeenheid en die uitsluitend zijn ontworpen om energie te leveren buiten de laadeenheid moeten worden ingedeeld in positie UN 3536 LITHIUMBATTERIJEN INGEBOUWD IN LAADEENHEID, lithium-ion-batterijen of batterijen van metallisch lithium.
Gevaarlijke goederen, zoals batterijen, airbags, brandblussers, hydropneumatische accumulatoren, veiligheidsinrichtingen en andere geïntegreerde onderdelen van het voertuig die nodig zijn voor de werking van het voertuig of de veiligheid van de bestuurder of passagiers, moeten veilig in het voertuig zijn gemonteerd en zijn niet anderszins onderworpen aan het RID.
Lithiumbatterijen moeten echter voldoen aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.1, met dien verstande dat a), e) vii), f) iii) indien van toepassing, f) iv) indien van toepassing en g) niet van toepassing zijn wanneer deze prototypen van batterijen van een productieserie van niet meer dan 100 cellen of batterijen, of preproductieprototypen van cellen of batterijen worden vervoerd voor beproeving, in voertuigen zijn ingebouwd. Indien een in een voertuig of apparaat geplaatste lithiumbatterij beschadigd of defect is, moet het voertuig of het apparaat worden vervoerd overeenkomstig de voorwaarden als vermeld in bijzondere bepaling 667 c). Verder moeten natrium-ion-batterijen voldoen aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.2, met dien verstande dat a), e) en f) niet van toepassing zijn wanneer prototypen van deze batterijen van een productieserie bestaande uit niet meer dan 100 cellen of batterijen, of preproductieprototypen van cellen of batterijen worden vervoerd voor beproeving, in voertuigen zijn ingebouwd.
3.3.1 : Bijzondere bepaling 666
Voertuigen en apparaten met accuvoeding als bedoeld in bijzondere bepaling 388, alsook alle daarin aanwezige gevaarlijke goederen die nodig zijn voor hun werking of de werking van hun uitrusting, zijn, indien ze als lading worden vervoerd, niet onderworpen aan enige andere bepaling van het RID, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Voor vloeibare brandstoffen, kleppen tussen de motor of uitrusting en het brandstofreservoir zijn tijdens het vervoer gesloten, tenzij het essentieel is dat de uitrusting blijft werken. Voor zover van toepassing moeten de voertuigen rechtopstaand worden geladen, en wel zodanig, dat omvallen is uitgesloten;
- Voor gasvormige brandstoffen, kleppen tussen het brandstofreservoir en de motor zijn gesloten en het elektrisch contact is onderbroken, tenzij het essentieel is dat de uitrusting blijft werken;
- Opslagsystemen met metaalhydride worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van het land van fabricage. Als het land van fabricage geen RID-Verdragsstaat is, wordt de goedkeuring door de bevoegde autoriteit van een RID-Verdragsstaat erkend;
- De bepalingen van a) en b) zijn niet van toepassing op voertuigen die vrij zijn van vloeibare of gasvormige brandstoffen.
- Voertuigen die volledig worden omsloten door de verpakking, kratten of door een ander middel, waardoor een snelle identificatie wordt verhinderd, zijn onderworpen aan de voorschriften voor kenmerking en etikettering van hoofdstuk 5.2.
Opmerking 1: Een voertuig wordt geacht vrij te zijn van vloeibare brandstof wanneer uit de tank voor vloeibare brandstof alle brandstof is verwijderd en het voertuig niet meer kan werken door gebrek aan brandstof. Onderdelen van het voertuig, zoals brandstofleidingen, brandstoffilters en injectoren, hoeven niet gereinigd, afgetapt of doorgespoeld te zijn om als vrij van vloeibare brandstof te worden beschouwd. Ook de tank voor vloeibare brandstof hoeft niet gereinigd of uitgespoeld te zijn
Opmerking 2: Een voertuig wordt geacht vrij te zijn van gasvormige brandstof wanneer uit de tanks voor gasvormige brandstof alle vloeistof is verwijderd (voor vloeibaar gemaakte gassen), de druk in de tanks niet hoger is dan 2 bar en het brandstofafsluitventiel of de isolatieklep gesloten en geborgd is.
Bij wijze van alternatief zie voor voertuigen aangedreven door natrium-ion-batterijen bijzondere bepaling 404.
3.3.1 : Bijzondere bepaling 667
- (Geschrapt)
- De voorschriften van 2.2.9.1.7.1 en 2.2.9.1.7.2 zijn niet van toepassing op lithiumcellen of - batterijen of natrium-ion-cellen of -batterijen geïnstalleerd in beschadigde of defecte voertuigen, motoren of machines. In die gevallen moet aan de volgende eisen worden voldaan:
- Indien de schade of het defect geen significante invloed heeft op de veiligheid van de cel of batterij, mogen beschadigde en defecte voertuigen, motoren, of machines worden vervoerd onder de voorwaarden als beschreven in de bijzondere bepaling 363 of 666, naar gelang van toepassing;
- Indien de schade of het defect een significante invloed heeft op de veiligheid van de cel of batterij, moet de lithiumcel of -batterij of de natrium-ion-cel of -batterij worden verwijderd en overeenkomstig bijzondere bepaling 376 worden vervoerd
Is het niet mogelijk om de cel of batterij veilig te verwijderen of om de status van de cel of batterij te controleren, dan kan het voertuig, de motor of machine worden gesleept of vervoerd zoals aangegeven in i).
- De procedures als bedoeld in b) zijn ook van toepassing op beschadigde lithiumcellen of - batterijen of natrium-ion-cellen of -batterijen in voertuigen, motoren, of machines.
3.3.1 : Bijzondere bepaling 669
Een aanhangwagen voorzien van uitrusting aangedreven door een vloeibare of gasvormige brandstof of een opslag- en productiesysteem voor elektrische energie die is bestemd om te worden gebruikt tijdens vervoer dat door middel van die aanhangwagen wordt gerealiseerd, moet worden ingedeeld onder UN-nummers 3166, 3171, 3556, 3557 of 3558, naar gelang van het geval en onderworpen zijn aan dezelfde voorwaarden als deze UN-nummers indien hij als lading op een wagen wordt vervoerd, mits de totale inhoud van de reservoirs die vloeibare brandstof bevatten ten hoogste 500 liter bedraagt.
Kolom 8 · 9a Verpakkingsinstructies en bijzondere verpakkingsvoorschriften · hoofdstuk 4.1.4
Uitleg bij kolom 8 en 9a
Verpakkingsinstructies
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de verpakkingsinstructies, die van toepassing zijn:
- Alfanumerieke codes beginnend met de letter “P”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor verpakkingen en houders (uitgezonderd IBC's en grote verpakkingen), of “R”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor lichte metalen verpakkingen.
Deze instructies zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.4.1, en geven de verpakkingen en houders aan die zijn toegestaan. De instructies geven ook aan welke algemene verpakkingsvoorschriften van 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3 en welke bijzondere verpakkingsvoorschriften van 4.1.5, 4.1.6, 4.1.7, 4.1.8 en 4.1.9 in acht genomen moeten worden. Indien kolom (8) geen code bevat die begint met de letter “P” of “R”, mogen de betrokken gevaarlijke goederen niet in verpakkingen worden vervoerd; - Alfanumerieke codes beginnend met de letters “IBC”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor IBC's. Deze instructies zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.4.2, en geven de IBC’s aan, die zijn toegestaan.
De instructies geven ook aan welke algemene verpakkingsvoorschriften van 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3 en welke bijzondere verpakkingsvoorschriften van 4.1.5, 4.1.6, 4.1.7, 4.1.8 en 4.1.9 in acht genomen moeten worden. Indien kolom (8) geen code bevat die begint met de letters “IBC”, mogen de betrokken gevaarlijke goederen niet in IBC's worden vervoerd; - Alfanumerieke codes beginnend met de letters “LP”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor grote verpakkingen. Deze instructies zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.4.3, en geven de grote verpakkingen aan, die zijn toegestaan.
De instructies geven ook aan welke algemene verpakkingsvoorschriften van 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3 en welke bijzondere verpakkingsvoorschriften van 4.1.5, 4.1.6, 4.1.7, 4.1.8 en 4.1.9 in acht genomen moeten worden. Indien kolom (8) geen code bevat die begint met de letters “LP”, mogen de betrokken gevaarlijke goederen niet in grote verpakkingen worden vervoerd;
Opmerking: Bovenstaande verpakkingsinstructies kunnen door bijzondere verpakkingsvoorschriften, aangegeven in kolom (9a), worden gewijzigd.
9A Bijzondere verpakkingsvoorschriften
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de bijzondere verpakkingsvoorschriften, die van toepassing zijn:
- Alfanumerieke codes beginnend met de letters “PP” of “RR” hebben betrekking op bijzondere verpakkingsvoorschriften voor verpakkingen en houders (uitgezonderd IBC's en grote verpakkingen) die bovendien in acht moeten worden genomen.
Deze voorschriften zijn opgesomd in 4.1.4.1, aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie (met de letter “P” of “R”) aangegeven in kolom (8). Indien kolom (9a) geen code bevat beginnend met de letters “PP” of “RR”, is geen van de aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie genoemde bijzondere verpakkingsvoorschriften van toepassing; - Alfanumerieke codes beginnend met de letters “B” of “BB” hebben betrekking op bijzondere verpakkingsvoorschriften voor IBC's, die bovendien in acht moeten worden genomen.
Deze voorschriften zijn opgesomd in 4.1.4.2, aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie (met de letters “IBC”) aangegeven in kolom (8). Indien kolom (9a) geen code bevat beginnend met de letters “B” of “BB”, is geen van de aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie genoemde bijzondere verpakkingsvoorschriften van toepassing; - Alfanumerieke codes beginnend met de letter “L” of de letters “LL” hebben betrekking op bijzondere verpakkingsvoorschriften voor grote verpakkingen, die bovendien in acht moeten worden genomen.
Deze voorschriften zijn opgesomd in 4.1.4.3, aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie (met de letters “LP”) aangegeven in kolom (8). Indien kolom (9a) geen code bevat beginnend met de letter “L” of de letters “LL”, is geen van de aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie genoemde bijzondere verpakkingsvoorschriften van toepassing;.
P912
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.
Kolom 9b Gezamenlijke verpakking · hoofdstuk 4.1.10
Uitleg bij kolom 9b
9B Voorschriften voor gezamenlijke verpakking.
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de voorschriften voor gezamenlijke verpakking, die van toepassing zijn. Deze codes, die met de letters “MP” beginnen, zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.10. Indien in kolom (9b) geen code is aangegeven, die begint met de letters “MP”, dan zijn alleen de algemene voorschriften van toepassing (zie 4.1.1.5 en 4.1.1.6).
In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 9b van tabel 3A opgenomen.
Kolom 10 Instructies transporttanks en bulkcontainers · hoofdstuk 4.2.5.2
Uitleg bij kolom 10
Instructies voor transporttanks en bulkcontainers
Deze kolom bevat een alfanumerieke code toegekend aan een instructie voor transporttanks overeenkomstig 4.2.5.2.1 t/m 4.2.5.2.4 en 4.2.5.2.6. Deze instructie voor transporttanks komt overeen met de minst stringente voorschriften die aanvaardbaar zijn voor het vervoer van de
betreffende stof in transporttanks. De codes die de andere instructies voor transporttanks aangeven, welke ook voor het vervoer van de stof zijn toegestaan, zijn te vinden in 4.2.5.2.5. Indien geen code aangegeven is, is vervoer in transporttanks niet toegestaan, tenzij door de bevoegde autoriteit toestemming wordt verleend, zoals omschreven in 6.7.1.3.
De algemene voorschriften voor het ontwerp, de constructie, de uitrusting, de toelating van het prototype, de beproeving en de kenmerking van transporttanks zijn te vinden in hoofdstuk 6.7. De algemene voorschriften voor het gebruik (bijv. het vullen) zijn te vinden in 4.2.1 t/m 4.2.4.
Voor transporttanks met wanden vervaardigd van vezelgewapende kunststof (FRP) materialen, zie Hoofdstuk 6.9
De aanduiding (M) betekent dat de stof mag worden vervoerd in UN-MEGC’s.
Opmerking: Bovenstaande voorschriften kunnen door bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (11), worden gewijzigd.
Deze kolom kan tevens alfanumerieke codes bevatten die beginnen met de letters “BK”, refererend aan de typen bulkcontainers zoals beschreven in hoofdstuk 6.11, welke mogen worden gebruikt voor los gestort vervoer volgens de voorschriften van 7.3.1.1 a en 7.3.2
In het RID zijn voor dit UN nummer geen instructies in kolom 10 van tabel 3A opgenomen.
Kolom 11 Bijzondere bepalingen transporttanks en bulkcontainers · hoofdstuk 4.2.5.3
Uitleg bij kolom 11
Bijzondere bepalingen voor transporttanks en bulkcontainers
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de bijzondere bepalingen voor transporttanks, die bovendien in acht moeten worden genomen. Deze codes, beginnend met de letters “TP” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de constructie of het gebruik van deze transporttanks. Zij zijn te vinden in 4.2.5.3.
Opmerking: Deze bijzondere bepalingen zijn, voor zover technisch relevant, niet alleen van toepassing op de transporttanks, aangegeven in kolom (10), maar ook op de transporttanks die overeenkomstig de tabel in 4.2.5.2.5 mogen worden gebruikt.
In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 11 van tabel 3A opgenomen.
Kolom 12 Tankcode · hoofdstuk 4.3
Uitleg bij kolom 12
Tankcodes voor RID-tanks
Deze kolom bevat een alfanumerieke code die, overeenkomstig 4.3.3.1.1 (voor gassen van klasse 2) of 4.3.4.1.1 (voor stoffen van de klassen 3 t/m 9), een tanktype beschrijft. Dit tanktype komt overeen met de minst stringente tankvoorschriften die aanvaardbaar zijn voor het vervoer van de betreffende stof in RID-tanks. De codes die de andere toegestane tanktypen beschrijven, zijn te vinden in 4.3.3.1.2 (voor gassen van klasse 2) of 4.3.4.1.2 (voor stoffen van de klassen 3 t/m 9). Indien geen code is aangegeven, is vervoer in RID-tanks niet toegestaan.
Indien in deze kolom een tankcode voor vaste stoffen (S) en voor vloeistoffen (L) is aangegeven, betekent dit dat deze stof ten vervoer mag worden aangeboden in tanks in vaste of vloeibare (gesmolten) toestand. In het algemeen is deze bepaling van toepassing op stoffen met smeltpunten tussen 20o C en 180o C.
Indien voor een vaste stof in deze kolom alleen de tankcode voor vloeistoffen (L) is vermeld, dan betekent dit dat de stof alleen voor vervoer in tanks wordt aangeboden in vloeibare (gesmolten) toestand.
De algemene voorschriften voor de constructie, de uitrusting, de toelating van het prototype, de beproeving en de kenmerking, die niet in de tankcode zijn aangegeven, zijn te vinden in 6.8.1, 6.8.2, 6.8.3 en 6.8.5. De algemene voorschriften voor het gebruik (bijv. maximale vullingsgraad of vulverhouding naar gelang het geval, minimale beproevingsdruk) zijn te vinden in 4.3.1 t/m 4.3.4.
De aanduiding van een (M) na de tankcode betekent dat de stof ook mag worden vervoerd in batterijwagens of MEGC's.
De aanduiding van een (+) achter de tankcode betekent dat het afwisselend gebruik van tanks is toegestaan wanneer dit uitdrukkelijk in het certificaat van typegoedkeuring is vermeld.
Voor tanks van vezelgewapende kunststof, zie 4.4.1 en hoofdstuk 6.9; voor druk/vacuümtanks (voor afvalstoffen), zie 4.5.1 en hoofdstuk 6.10.
Opmerking: Bovenstaande voorschriften kunnen door bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (13), worden gewijzigd.
In het RID is voor dit UN nummer geen tankcode in kolom 12 van tabel 3A opgenomen.
Kolom 13 Bijzondere bepalingen ADR-tanks · hoofdstuk 6.8.4
Uitleg bij kolom 13
Bijzondere bepalingen voor RID-tanks
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de bijzondere bepalingen voor RID-tanks, die bovendien in acht genomen moeten worden.
- alfanumerieke codes beginnend met de letters “TU” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor het gebruik van deze tanks. Deze zijn te vinden in 4.3.5.
- alfanumerieke codes beginnend met de letters “TC” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de constructie van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 a).
- alfanumerieke codes beginnend met de letters “TE” hebben betrekking op bijzondere bepalingen betreffende de uitrusting van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 b).
- alfanumerieke codes beginnend met de letters “TA” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de toelating van het prototype van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 c).
- alfanumerieke codes beginnend met de letters “TT” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de beproeving van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 d).
- alfanumerieke codes beginnend met de letters “TM” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de kenmerking van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 e).
Opmerking: Deze bijzondere bepalingen zijn, voor zover technisch relevant, niet alleen van toepassing op de tanks, aangegeven in kolom (12), maar ook op de tanks die overeenkomstig de hiërarchieën in 4.3.3.1.2 en 4.3.4.1.2 mogen worden gebruikt.
In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 13 van tabel 3A opgenomen.
Kolom 16 Bijzondere bepalingen vervoer van colli · hoofdstuk 7.2
Uitleg bij kolom 16
Bijzondere bepalingen voor het vervoer - colli
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s), beginnend met de letter “W”, van de bijzondere bepalingen (voor zover aanwezig), die van toepassing zijn op het vervoer in colli. Deze bepalingen zijn opgesomd in 7.2.4. De algemene voorschriften voor het vervoer in colli zijn te vinden in de hoofdstukken 7.1 en 7.2.
Opmerking: Daarnaast moeten de bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (18), betreffende laden, lossen en behandeling, in acht worden genomen.
In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 16 van tabel 3A opgenomen.
Kolom 17 Bijzondere bepalingen vervoer los gestort · hoofdstuk 7.3
Uitleg bij kolom 17
Bijzondere bepalingen voor het vervoer - los gestort
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s) beginnend met de letters “VC” en de alfanumerieke code(s) beginnend met de letters “AP” van de bijzondere bepalingen, die van toepassing zijn op het los gestorte vervoer.
Deze codes zijn opgesomd in 7.3.3. Indien geen bijzondere bepaling aangeduid door de code “VC” of een verwijzing naar een specifieke paragraaf die deze wijze van vervoer expliciet toestaat in deze kolom is aangegeven, en geen bijzondere bepaling aangeduid door de code “BK” of een verwijzing naar een specifieke paragraaf die deze wijze van vervoer expliciet toestaat in kolom (10) is aangegeven, is los gestort vervoer niet toegestaan.
De algemene voorschriften voor het los gestort vervoer zijn te vinden in de hoofdstukken 7.1 en 7.3.
Opmerking: Daarnaast moeten de bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (18), betreffende laden, lossen en behandeling, in acht worden genomen.
In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 17 van tabel 3A opgenomen.
Kolom 18 Bijzondere bepalingen laden, lossen en behandeling · hoofdstuk 7.5
Uitleg bij kolom 18
Bijzondere bepalingen voor het vervoer - laden, lossen en behandeling
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s), beginnend met de letters “CW”, van de bijzondere bepalingen, die van toepassing zijn op het laden, lossen en behandeling. Deze bepalingen zijn opgesomd in 7.5.11. Indien in kolom (18) geen code is aangegeven, zijn alleen de algemene bepalingen van toepassing (zie 7.5.1 t/m 7.5.4 en 7.5.8).
In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 18 van tabel 3A opgenomen.
Kolom 19 Expresgoed · hoofdstuk 7.6
Uitleg bij kolom 19
Expresgoed
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s), beginnend met de letter “CE”, van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op verzending als expresgoed. Deze voorschriften zijn opgesomd in hoofdstuk 8.1.
Indien geen code is aangegeven, is vervoer als expresgoed niet toegestaan.
In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 19 van tabel 3A opgenomen.