Algemene voorschriften
Hoofdstuk 1.10
Inhoudsopgave hoofdstuk 1.10
Hoofdstuk 1.10
VOORSCHRIFTEN VOOR DE BEVEILIGING
Alle bij het vervoer van gevaarlijke goederen betrokken personen moeten overeenkomstig hun verantwoordelijkheden de in dit hoofdstuk opgenomen voorschriften voor de beveiliging in acht nemen.
Gevaarlijke goederen mogen slechts aan vervoerders ten vervoer worden aangeboden, van wie de identiteit op passende wijze is vastgesteld.
Gebieden binnen terminals voor tijdelijke tussenopslag, plaatsen voor tijdelijke tussenopslag, depots voor voertuigen, ligplaatsen en rangeerterreinen, die voor de tijdelijke tussenopslag tijdens het vervoer van gevaarlijke goederen worden gebruikt, moeten op deugdelijke wijze worden beveiligd, goed verlicht en, voor zover mogelijk en passend, voor publiek ontoegankelijk zijn.
Ieder lid van de bemanning van een trein waarmee gevaarlijke goederen worden vervoerd, moet tijdens het vervoer een identiteitsbewijs, voorzien van zijn of haar foto, bij zich hebben.
Controles met betrekking tot de veiligheid als bedoeld in 1.8.1 moeten ook beveiligingsmaatregelen die van toepassing zijn omvatten.
(Gereserveerd)
Opleiding met het oog op de beveiliging
De in hoofdstuk 1.3 bedoelde opleiding en bijscholingscursus moeten ook onderdelen bevatten die het bewustmaking met betrekking tot de beveiliging omvatten. De bijscholingscursus met betrekking tot de beveiliging behoeft niet beslist alleen met wijzigingen van de voorschriften verband te houden.
De training van de bewustmaking voor de beveiliging moet zich richten op de soort van beveiligingsrisico’s, het herkennen ervan en de methoden ter verkleining van deze risico’s evenals de bij een inbreuk op de beveiliging te nemen maatregelen. De training moet kennis met betrekking tot eventuele beveiligingsplannen overeenkomstig het werk- en verantwoordelijkheidsterrein van het individu en zijn rol bij het toepassen van deze plannen bevatten.
Een dergelijke opleiding moet worden gegeven of gecontroleerd in geval van een betrekking in een positie waarbij het vervoer van gevaarlijke stoffen betrokken is en moet periodiek worden aangevuld met een bijscholingscursus.
De dossiers omtrent alle genoten opleidingen met het oog op de beveiliging moeten door de werkgever worden bewaard en op verzoek ter beschikking worden gesteld aan de werknemer of de bevoegde autoriteit. De dossiers moeten door de werkgever gedurende een periode, vastgesteld door de bevoegde autoriteit, worden bewaard.
Voorschriften voor gevaarlijke goederen met een hoog gevarenpotentieel
Opmerking: In aanvulling op de RID-voorschriften voor de beveiliging mogen de bevoegde autoriteiten verdere voorschriften invoeren om andere redenen dan veiligheid tijdens het vervoer (zie ook artikel 3 van Aanhangsel C bij de COTIF). Om het internationaal en multimodaal vervoer niet te belasten met verschillende veiligheidskenmerken van ontplofbare stoffen, wordt aanbevolen om bij de bepaling van deze kenmerken een internationaal geharmoniseerde norm aan te houden (bijv. EU-Richtlijn 2008/43/EG van de Commissie).
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.