RID-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →
Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.4 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Tabel A
RID 2025
Inhoudsopgave hoofdstuk 5.4
  1. 5.4.0 Algemeen
  2. 5.4.1 Vervoersdocument voor gevaarlijke goederen en daarmee samenhangende informatie
  3. 5.4.1.1 Algemene informatie, die in het vervoersdocument moet zijn aangegeven

Hoofdstuk 5.4 
DOCUMENTATIE

 

Tenzij anders aangegeven moet bij elk vervoer van goederen, geregeld door het RID, de documentatie voorgeschreven in dit hoofdstuk aanwezig zijn, indien van toepassing.

De in dit hoofdstuk voorgeschreven informatie met betrekking tot de vervoerde gevaarlijke goederen moet tijdens het vervoer op zodanige wijze beschikbaar zijn, dat de goederen per wagen en de wagen in de documentatie kunnen worden geïdentificeerd.

Daarnaast, als gevaarlijke goederen worden vervoerd in grote containers, tankcontainers, transporttanks of wegvoertuigen, moeten deze worden geïdentificeerd in het vervoersdocument en de informatie over de goederen per grote container, tankcontainer, transporttank of wegvoertuig, naar gelang van toepassing, moet worden aangegeven.

Het gebruik van technieken als elektronische gegevensverwerking (EDP, Electronic Data Processing) of elektronische gegevensuitwisseling (EDI, Electronic Data Interchange) als een hulpmiddel bij of in plaats van papieren documenten is toegestaan, onder voorwaarde dat de voor het vastleggen, de opslag en de verwerking van elektronische gegevens gebruikte procedures voldoen aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de waarde aangaande bewijskracht en beschikbaarheid van gegevens tijdens het vervoer op een wijze, die ten minste gelijkwaardig is aan die van papieren documenten.

Indien de informatie over het vervoer van gevaarlijke goederen aan de vervoerder wordt verstrekt door middel van EDP- of EDI-technieken, moet de afzender in staat zijn de informatie aan de vervoerder te verstrekken als een papieren document, met de informatie in de volgorde voorgeschreven in dit hoofdstuk.

Vervoersdocument voor gevaarlijke goederen en daarmee samenhangende informatie

Algemene informatie, die in het vervoersdocument moet zijn aangegeven

Het (de) vervoersdocument(en) moet(en) voor alle ten vervoer aangeboden stoffen of voorwerpen de volgende informatie bevatten:

  1. het UN-nummer, voorafgegaan door de letters ‘UN’;
  2. de juiste vervoersnaam van de stof of het voorwerp, indien van toepassing (zie 3.1.2.8.1), aangevuld met de technische benaming tussen haakjes (zie 3.1.2.8.1.1), zoals vastgesteld volgens 3.1.2;
    • Voor stoffen en voorwerpen van klasse 1: de classificatiecode, aangegeven in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (3b).

      Indien in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (5) andere nummers van de modellen gevaarsetiketten dan 1, 1.4, 1.5, 1.6, 13 en 15 zijn aangegeven, dan moeten deze nummers na de classificatiecode tussen haakjes worden aangegeven;

    • Voor radioactieve stoffen van klasse 7: het nummer van de klasse “7”;

      Opmerking: Zie voor radioactieve stoffen met een bijkomend gevaar ook hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 172.

    • Voor batterijen van de UN-nummers 3090, 3091, 3480, 3481, 3551 en 3552, en ook voor op batterij aangedreven voertuigen van UN-nummers 3556, 3557 en 3558: het nummer van de klasse “9”;
    • Voor andere stoffen en voorwerpen van de overige klassen: de in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (5) aangegeven of op grond van een bijzondere bepaling in kolom (6) de nummers van de modellen van de gevaarsetiketten die van toepassing zijn, met uitzondering van het rangeeretiket volgens model nr. 13. Indien meer dan één nummer van modellen van gevaarsetiketten zijn aangegeven, moeten de nummers na het eerste nummer tussen haakjes worden aangegeven.

      Bij stoffen en voorwerpen, waarvoor in kolom (5) van tabel A in hoofdstuk 3.2 geen modelnummer van etiketten is aangegeven, moet in plaats daarvan de klasse conform kolom (3a) worden vermeld;

  3. eventueel de verpakkingsgroep die aan de stof is toegekend, die mag worden voorafgegaan door de letters 'VG' (bijvoorbeeld 'VG II') of de initialen, die overeenkomen met de uitdrukking 'verpakkingsgroep' in de overeenkomstig 5.4.1.4.1 gebruikte talen.

    Opmerking: Bij radioactieve stoffen van klasse 7 met bijkomend gevaar zie bijzondere bepaling 172, sub d), van hoofdstuk 3.3.

  4. het aantal en de beschrijving van de colli, voor zover van toepassing [zie ook artikel 7 § 1h) en i), van de CIM]. UN-verpakkingscodes mogen uitsluitend worden gebruikt als aanvulling op de beschrijving van de soort verpakking [bijv. één kist (4G)];

    Opmerking: Het is niet vereist dat het aantal, type en de inhoud van elke binnenverpakking binnen de buitenverpakking van een samengestelde verpakking wordt aangegeven.

  5. de totale hoeveelheid van elk gevaarlijk goed met een verschillend UN-nummer, een verschillende juiste vervoersnaam of een verschillende verpakkingsgroep (uitgedrukt in volume of bruto massa of netto massa, al naar gelang);

    Opmerking 1: (Gereserveerd).

    Opmerking 2: Voor gevaarlijke stoffen in machines of uitrusting, gespecificeerd in het RID, moet de totale hoeveelheid daarin aanwezige gevaarlijke goederen in liters of kilogrammen, al naar gelang, worden aangegeven.

  6. de naam en het adres van de afzender [zie ook artikel 7, § 1b), van de CIM];
  7. de naam en het adres van de geadresseerde(n) [zie ook artikel 7, § 1g), van de CIM];
  8. een verklaring overeenkomstig de voorschriften van een bijzondere overeenkomst;
  9. Indien een kenmerking volgens subsectie 5.3.2.1 is voorgeschreven, moet het gevaarsidentificatienummer vóór het UN-nummer, voorafgegaan door de letters ‘UN’, worden vermeld (zie onder a)). Het gevaarsidentificatienummer moet ook worden aangegeven indien de wagens die een gesloten lading colli met een en hetzelfde goed of voorwerp bevatten, zijn voorzien van een kenmerking volgens subsectie 5.3.2.1.

De plaats en de volgorde waarin de aanduidingen in het vervoersdocument moeten worden vermeld, zijn facultatief

a), b), c) en d) moeten echter worden aangegeven in de hierboven vermelde volgorde (d.w.z. a), b), c),d), zonder verdere tussenvoegsels, behalve die welke in het RID zijn voorgeschreven.

Voorbeelden van dergelijke toegelaten beschrijvingen van gevaarlijke stoffen zijn:

"UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), I" of

"UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), VG I".

Indien een kenmerking volgens 5.3.2.1 is voorgeschreven, dan moeten a), b), c), d) en j) in de volgorde a), b), c), d) zijn aangegeven, zonder verdere tussenvoegsels, behalve die welke in het RID zijn voorgeschreven.

Voorbeelden van dergelijke toegelaten beschrijvingen van gevaarlijke stoffen met inachtneming van de kenmerking volgens 5.3.2.1 zijn:

"663, UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), I" of

"663, UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), VG I"

De in het vervoersdocument voorgeschreven aanduidingen moeten leesbaar zijn.

Hoewel in hoofdstuk 3.1 en in hoofdstuk 3.2, tabel A, voor de vermelding van de elementen, die bestanddelen van de juiste vervoersnaam zijn, hoofdletters worden gebruikt en hoewel in dit hoofdstuk hoofdletters en kleine letters worden gebruikt voor de vermelding van de in het vervoersdocument voorgeschreven informatie, is het gebruik van hoofdletters of kleine letters voor de aanduidingen in het vervoersdocument naar eigen keuze.

Bijzondere bepalingen voor afvalstoffen

Indien afval dat gevaarlijke goederen (met uitzondering van radioactieve afvalstoffen) bevat, wordt vervoerd, moet de juiste vervoersnaam zijn voorafgegaan door het woord "AFVAL", tenzij deze term reeds deel uitmaakt van de juiste vervoersnaam, bijvoorbeeld:

UN 1230 AFVAL METHANOL, 3 (6.1), II”, of

UN 1230 AFVAL METHANOL, 3 (6.1), VG II”, of

UN 1993 AFVAL BRANDBARE VLOEISTOF, N.E.G. (tolueen en ethylalcohol), 3, II”, of

UN 1993 AFVAL BRANDBARE VLOEISTOF, N.E.G. (tolueen en ethylalcohol), 3, VG II”, of wanneer kenmerking overeenkomstig 5.3.2.1 is voorgeschreven:

“336, UN 1230 AFVAL METHANOL, 3 (6.1), II”, of

“336, UN 1230 AFVAL METHANOL, 3 (6.1), VG II”.

Indien de bepaling voor afvalstoffen, omschreven in 2.1.3.5.5, wordt toegepast, moet het volgende aan de onder 5.4.1.1 a) tot en met d) vereiste beschrijving van de gevaarlijke goederen worden toegevoegd:

"AFVAL VOLGENS 2.1.3.5.5" ( bv. "UN 3264, BIJTENDE ZURE ANORGANISCHE VLOEISTOF, N.E.G., 8,

II, AFVAL VOLGENS 2.1.3.5.5").

Indien de bepaling voor afvalstoffen, omschreven in 2.1.3.5.5 wordt toegepast, hoeft de technische benaming, voorgeschreven in hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 274, niet te worden toegevoegd.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.