RID-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →
Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.4 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Tabel A
RID 2025

UN 3530 — VERBRANDINGSMOTOR of VERBRANDINGSMACHINES

UN
3530
GEVI
90

- milieugevaarlijke stof; of
- diverse gevaarlijke stoffen

Verpakkingsgroep
—
Classificatiecode
M11
Nederlands VERBRANDINGSMOTOR of VERBRANDINGSMACHINES
English ENGINE, INTERNAL COMBUSTION or MACHINERY, INTERNAL COMBUSTION
Deutsch VERBRENNUNGSMOTORoder VERBRENNUNGS- MASCHINE
Français MOTEUR À COMBUSTION INTERNE ou MACHINE ÀCOMBUSTION INTERNE
Español MOTOR DE COMBUSTIÓN INTERNA o MAQUINARIA DE COMBUSTIÓN INTERNA
RID klasse : 9 - Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  
Limited Quantities : 0

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  
Excepted Quantities : E0

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  
Vervoerscategorie (1000 punten) : -

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Kolom 5 Voorgeschreven etiketten

Uitleg bij kolom 5

Etiketten
Deze kolom bevat het nummer van het model van de etiketten / grote etiketten (zie 5.2.2.2 en 5.3.1.7) die moeten worden aangebracht op colli, containers, tankcontainers, transporttanks, MEGC's en voertuigen.

Echter voor stoffen of voorwerpen van klasse 7 betekent “7X” al naar gelang de categorie een gevaarsetiket volgens model nr. 7A. 7B of 7C (zie 5.1.5.3.4 en 5.2.2.1.11.1) of het grote etiket nr. 7D (zie 5.3.1.1.3 en 5.3.1.7.2).

De algemene voorschriften wat betreft het aanbrengen van etiketten / grote etiketten (bijv. aantal etiketten, plaats van aanbrengen) zijn voor colli te vinden in 5.2.2.1, en voor containers, tankcontainers, MEGC's, transporttanks en voertuigen in 5.3.1.

Opmerking: De voorschriften betreffende de etikettering zoals hierboven vermeld kunnen door bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (6), worden gewijzigd.

Etiket 9
9

Kolom 6 Bijzondere bepalingen · hoofdstuk 3.3

Uitleg bij kolom 6

Bijzondere bepalingen
Deze kolom bevat de numerieke codes van de bijzondere bepalingen die in acht genomen moeten worden. Deze bepalingen betreffen een breed scala onderwerpen, hoofdzakelijk verband houdend met de inhoud van de kolommen (1) t/m (5) (bijv. verbodsbepalingen voor het vervoer, vrijstellingen van voorschriften, toelichting betreffende de classificatie van bepaalde vormen van de betreffende gevaarlijke stoffen en bijkomende voorschriften voor etikettering of de kenmerking), zij zijn in numerieke volgorde opgenomen in hoofdstuk 3.3.

Indien kolom (6) leeg is, zijn op de gegevens in de kolommen (1) t/m (5) voor de betreffende gevaarlijke stoffen of voorwerpen geen bijzondere bepalingen van toepassing.

Inklappen menu

3.3.1 - 363

3.3.1 - 667

3.3.1 - 669

3.3.1 : Bijzondere bepaling 363
Deze positie mag alleen worden gebruikt wanneer aan de voorwaarden van deze bijzondere bepaling is voldaan. De overige voorschriften van het RID zijn niet van toepassing.

  1. Deze positie is van toepassing op motoren of machines, aangedreven door inwendige-verbrandingssystemen of brandstofcellen (bijv. verbrandingsmotoren, generatoren, compressoren, turbines, verwarmingseenheden, etc.) waarbij als gevaarlijke goederen ingedeelde brandstoffen worden gebruikt. Voertuigapparatuur ingedeeld onder UN-nr. 3166 waarnaar wordt verwezen in bijzondere bepaling 666 is hiervan uitgezonderd.

    Opmerking: Deze positie is niet van toepassing op uitrusting als bedoeld in 1.1.3.2 a), d) en e), 1.1.3.3 en 1.1.3.7.

  2. Motoren of machines die vrij zijn van vloeibare of gasvormige brandstoffen en die geen andere gevaarlijke goederen bevatten, zijn niet onderworpen aan het RID.

    Opmerking 1: Een motor of machine wordt geacht vrij te zijn van vloeibare brandstof wanneer uit de tank voor vloeibare brandstof alle brandstof is verwijderd en de motor of machine niet meer kan werken door gebrek aan brandstof. Onderdelen van de motor of machine, zoals brandstofleidingen, brandstoffilters en injectoren, hoeven niet gereinigd, afgetapt of doorgespoeld te zijn om als vrij van vloeibare brandstof te worden beschouwd. Ook de tank voor vloeibare brandstof hoeft niet gereinigd of uitgespoeld te zijn.

    Opmerking 2: Een motor of machine wordt geacht vrij te zijn van gasvormige brandstof wanneer uit de tanks voor gasvormige brandstof alle vloeistof is verwijderd (voor vloeibaar gemaakte gassen), de druk in de tanks niet hoger is dan 2 bar en het brandstofafsluitventiel of de isolatieklep gesloten en geborgd is.

  3. Motoren en machines met brandstoffen die voldoen aan de indelingscriteria van klasse 3, moeten worden ingedeeld in de posities UN 3528 VERBRANDINGSMOTOR, DOOR BRANDBARE VLOEISTOF AANGEDREVEN of UN 3528 MOTOR MET BRANDSTOFCEL, DOOR BRANDBARE VLOEISTOF AANGEDREVEN of UN 3528 VERBRANDINGSMACHINES, DOOR BRANDBARE VLOEISTOF AANGEDREVEN of UN 3528 MACHINES MET BRANDSTOFCEL, DOOR BRANDBARE VLOEISTOF AANGEDREVEN, naar gelang van toepassing.
  4. Motoren en machines met brandstoffen die voldoen aan de indelingscriteria voor brandbare gassen van klasse 2, moeten worden ingedeeld in de posities UN 3529 VERBRANDINGSMOTOR, DOOR BRANDBAAR GAS AANGEDREVEN of UN 3529 MOTOR MET BRANDSTOFCEL, DOOR BRANDBAAR GAS AANGEDREVEN of UN 3529 VERBRANDINGSMACHINES, DOOR BRANDBAAR GAS AANGEDREVEN of UN 3529 MACHINES MET BRANDSTOFCEL, DOOR BRANDBAAR GAS AANGEDREVEN, naar gelang van toepassing.

    Motoren en machines die door zowel brandbaar gas als brandbare vloeistof worden aangedreven, moeten in de toepasselijke UN 3529-positie worden ingedeeld.

  5. Motoren en machines met vloeibare brandstoffen die aan de indelingscriteria van 2.2.9.1.10 voor milieugevaarlijke stoffen maar niet aan de indelingscriteria van enige andere klasse voldoen, moeten worden ingedeeld in de posities UN 3530 VERBRANDINGSMOTOR of UN 3530 VERBRANDINGSMACHINES, naar gelang van toepassing.
  6. Motoren of machines mogen andere gevaarlijke goederen dan brandstoffen bevatten (bijv. batterijen, brandblusapparaten, accumulatoren met samengeperst gas of veiligheidsinrichtingen) die nodig zijn voor de correcte en veilige werking ervan, zonder onderworpen te zijn aan eventuele aanvullende voorschriften voor deze andere gevaarlijke goederen, tenzij anders aangegeven in het RID. Lithiumbatterijen moeten echter voldoen aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.1, met dien verstande dat a), e) vii), f) iii) indien van toepassing, f) iv) indien van toepassing en g) niet van toepassing zijn wanneer deze prototypen van batterijen uit een productieserie bestaande uit niet meer dan 100 cellen of batterijen, of pre-productieprototypen van cellen of batterijen worden vervoerd voor beproeving, in machines of motoren zijn ingebouwd. Verder moeten natrium-ion-batterijen voldoen aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.2, met dien verstande dat a), e) en f) niet van toepassing zijn wanneer deze prototypen van batterijen van een productieserie van niet meer dan 100 cellen of batterijen, of pre-productieprototypen van cellen of batterijen worden vervoerd voor beproeving, in machines of motoren zijn ingebouwd.
  7. De motor of machine, met inbegrip van de middelen voor omsluiting die gevaarlijke goederen bevatten, voldoet aan de door de bevoegde autoriteit van het land van fabricage gespecificeerde constructievoorschriften1.
  8. Alle ventielen of openingen (bijv. ontluchtingsinrichtingen) zijn tijdens het vervoer gesloten.
  9. De motor of machine is geladen in een positie die onbedoeld lekken van gevaarlijke goederen verhindert en met behulp van geëigende middelen zodanig vastgezet dat tijdens het vervoer iedere beweging waardoor die positie zou veranderen of de motor of machine beschadigd zou worden, voorkomen wordt.
  10. Voor UN-nr. 3528 en UN-nr. 3530:

    Indien de motor of machine meer dan 60 l vloeibare brandstof bevat en een inhoud groter dan 450 l maar niet meer dan 3.000 l heeft, wordt een etiket overeenkomstig 5.2.2 op twee tegenover elkaar gelegen zijden aangebracht.

    Indien de motor of machine meer dan 60 l vloeibare brandstof bevat en een inhoud van meer dan 3.000 l heeft, worden op twee tegenover elkaar gelegen zijden grote etiketten aangebracht. De grote etiketten moeten overeenkomen met de in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (5) voorgeschreven etiketten en voldoen aan de in 5.3.1.7 gegeven specificaties. De grote etiketten moeten op een achtergrond met een contrasterende kleur worden aangebracht of van een onderbroken dan wel ononderbroken grenslijn zijn voorzien.

    Opmerking: voor motoren en machines met een capaciteit van meer dan 450 l maar die ten hoogste 60 l vloeibare brandstof of minder bevat, is het aanbrengen van etiketten en grote etiketten die voldoen aan bovenstaande voorschriften toegestaan.

  11. Voor UN-nr. 3529:

    Indien het brandstofreservoir van de motor of machines een waterinhoud heeft van meer dan 450 l maar niet meer dan 1.000 l, wordt op het brandstofreservoir een etiket overeenkomstig 5.2.2 op twee tegenover elkaar gelegen zijden aangebracht.

    Indien het brandstofreservoir van de motor of machines een waterinhoud heeft van meer dan 1.000 l, worden op twee tegenover elkaar gelegen zijden van het brandstofreservoir grote etiketten aangebracht. De grote etiketten moeten overeenkomen met de in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (5) voorgeschreven etiketten en voldoen aan de in 5.3.1.7 gegeven specificaties. De grote etiketten moeten op een achtergrond met een contrasterende kleur worden aangebracht of van een onderbroken dan wel ononderbroken grenslijn zijn voorzien.

  12. Een vervoersdocument overeenkomstig 5.4.1 is alleen vereist wanneer de motor of machine meer 1.000 l vloeibare brandstof bevat, voor zowel UN 3528 als UN 3530, of wanneer het brandstofreservoir een waterinhoud van meer 1.000 l heeft, voor UN 3529.
  13. Er wordt voldaan aan de verpakkingsinstructie P 005 van 4.1.4.1.

1 Bijvoorbeeld, naleving van de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 157 van 9 juni 2006, blz. 24-86).

3.3.1 : Bijzondere bepaling 667

  1. (Geschrapt)
  2. De voorschriften van 2.2.9.1.7.1 en 2.2.9.1.7.2 zijn niet van toepassing op lithiumcellen of - batterijen of natrium-ion-cellen of -batterijen geïnstalleerd in beschadigde of defecte voertuigen, motoren of machines. In die gevallen moet aan de volgende eisen worden voldaan:
    1. Indien de schade of het defect geen significante invloed heeft op de veiligheid van de cel of batterij, mogen beschadigde en defecte voertuigen, motoren, of machines worden vervoerd onder de voorwaarden als beschreven in de bijzondere bepaling 363 of 666, naar gelang van toepassing;
    2. Indien de schade of het defect een significante invloed heeft op de veiligheid van de cel of batterij, moet de lithiumcel of -batterij of de natrium-ion-cel of -batterij worden verwijderd en overeenkomstig bijzondere bepaling 376 worden vervoerd

      Is het niet mogelijk om de cel of batterij veilig te verwijderen of om de status van de cel of batterij te controleren, dan kan het voertuig, de motor of machine worden gesleept of vervoerd zoals aangegeven in i).

  3. De procedures als bedoeld in b) zijn ook van toepassing op beschadigde lithiumcellen of - batterijen of natrium-ion-cellen of -batterijen in voertuigen, motoren, of machines.

3.3.1 : Bijzondere bepaling 669
Een aanhangwagen voorzien van uitrusting aangedreven door een vloeibare of gasvormige brandstof of een opslag- en productiesysteem voor elektrische energie die is bestemd om te worden gebruikt tijdens vervoer dat door middel van die aanhangwagen wordt gerealiseerd, moet worden ingedeeld onder UN-nummers 3166, 3171, 3556, 3557 of 3558, naar gelang van het geval en onderworpen zijn aan dezelfde voorwaarden als deze UN-nummers indien hij als lading op een wagen wordt vervoerd, mits de totale inhoud van de reservoirs die vloeibare brandstof bevatten ten hoogste 500 liter bedraagt.


Kolom 8 · 9a Verpakkingsinstructies en bijzondere verpakkingsvoorschriften · hoofdstuk 4.1.4

Uitleg bij kolom 8 en 9a

Verpakkingsinstructies
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de verpakkingsinstructies, die van toepassing zijn:

  • Alfanumerieke codes beginnend met de letter “P”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor verpakkingen en houders (uitgezonderd IBC's en grote verpakkingen), of “R”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor lichte metalen verpakkingen.

    Deze instructies zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.4.1, en geven de verpakkingen en houders aan die zijn toegestaan. De instructies geven ook aan welke algemene verpakkingsvoorschriften van 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3 en welke bijzondere verpakkingsvoorschriften van 4.1.5, 4.1.6, 4.1.7, 4.1.8 en 4.1.9 in acht genomen moeten worden. Indien kolom (8) geen code bevat die begint met de letter “P” of “R”, mogen de betrokken gevaarlijke goederen niet in verpakkingen worden vervoerd;

  • Alfanumerieke codes beginnend met de letters “IBC”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor IBC's. Deze instructies zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.4.2, en geven de IBC’s aan, die zijn toegestaan.

    De instructies geven ook aan welke algemene verpakkingsvoorschriften van 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3 en welke bijzondere verpakkingsvoorschriften van 4.1.5, 4.1.6, 4.1.7, 4.1.8 en 4.1.9 in acht genomen moeten worden. Indien kolom (8) geen code bevat die begint met de letters “IBC”, mogen de betrokken gevaarlijke goederen niet in IBC's worden vervoerd;

  • Alfanumerieke codes beginnend met de letters “LP”, die betrekking hebben op verpakkingsinstructies voor grote verpakkingen. Deze instructies zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.4.3, en geven de grote verpakkingen aan, die zijn toegestaan.

    De instructies geven ook aan welke algemene verpakkingsvoorschriften van 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3 en welke bijzondere verpakkingsvoorschriften van 4.1.5, 4.1.6, 4.1.7, 4.1.8 en 4.1.9 in acht genomen moeten worden. Indien kolom (8) geen code bevat die begint met de letters “LP”, mogen de betrokken gevaarlijke goederen niet in grote verpakkingen worden vervoerd;

Opmerking: Bovenstaande verpakkingsinstructies kunnen door bijzondere verpakkingsvoorschriften, aangegeven in kolom (9a), worden gewijzigd.

9A Bijzondere verpakkingsvoorschriften
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de bijzondere verpakkingsvoorschriften, die van toepassing zijn:

  • Alfanumerieke codes beginnend met de letters “PP” of “RR” hebben betrekking op bijzondere verpakkingsvoorschriften voor verpakkingen en houders (uitgezonderd IBC's en grote verpakkingen) die bovendien in acht moeten worden genomen.

    Deze voorschriften zijn opgesomd in 4.1.4.1, aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie (met de letter “P” of “R”) aangegeven in kolom (8). Indien kolom (9a) geen code bevat beginnend met de letters “PP” of “RR”, is geen van de aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie genoemde bijzondere verpakkingsvoorschriften van toepassing;

  • Alfanumerieke codes beginnend met de letters “B” of “BB” hebben betrekking op bijzondere verpakkingsvoorschriften voor IBC's, die bovendien in acht moeten worden genomen.

    Deze voorschriften zijn opgesomd in 4.1.4.2, aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie (met de letters “IBC”) aangegeven in kolom (8). Indien kolom (9a) geen code bevat beginnend met de letters “B” of “BB”, is geen van de aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie genoemde bijzondere verpakkingsvoorschriften van toepassing;

  • Alfanumerieke codes beginnend met de letter “L” of de letters “LL” hebben betrekking op bijzondere verpakkingsvoorschriften voor grote verpakkingen, die bovendien in acht moeten worden genomen.

    Deze voorschriften zijn opgesomd in 4.1.4.3, aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie (met de letters “LP”) aangegeven in kolom (8). Indien kolom (9a) geen code bevat beginnend met de letter “L” of de letters “LL”, is geen van de aan het einde van de desbetreffende verpakkingsinstructie genoemde bijzondere verpakkingsvoorschriften van toepassing;.
P005

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Kolom 9b Gezamenlijke verpakking · hoofdstuk 4.1.10

Uitleg bij kolom 9b

9B Voorschriften voor gezamenlijke verpakking.
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de voorschriften voor gezamenlijke verpakking, die van toepassing zijn. Deze codes, die met de letters “MP” beginnen, zijn in numerieke volgorde opgesomd in 4.1.10. Indien in kolom (9b) geen code is aangegeven, die begint met de letters “MP”, dan zijn alleen de algemene voorschriften van toepassing (zie 4.1.1.5 en 4.1.1.6).

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 9b van tabel 3A opgenomen.


Kolom 10 Instructies transporttanks en bulkcontainers · hoofdstuk 4.2.5.2

Uitleg bij kolom 10

Instructies voor transporttanks en bulkcontainers
Deze kolom bevat een alfanumerieke code toegekend aan een instructie voor transporttanks overeenkomstig 4.2.5.2.1 t/m 4.2.5.2.4 en 4.2.5.2.6. Deze instructie voor transporttanks komt overeen met de minst stringente voorschriften die aanvaardbaar zijn voor het vervoer van de
betreffende stof in transporttanks. De codes die de andere instructies voor transporttanks aangeven, welke ook voor het vervoer van de stof zijn toegestaan, zijn te vinden in 4.2.5.2.5. Indien geen code aangegeven is, is vervoer in transporttanks niet toegestaan, tenzij door de bevoegde autoriteit toestemming wordt verleend, zoals omschreven in 6.7.1.3.

De algemene voorschriften voor het ontwerp, de constructie, de uitrusting, de toelating van het prototype, de beproeving en de kenmerking van transporttanks zijn te vinden in hoofdstuk 6.7. De algemene voorschriften voor het gebruik (bijv. het vullen) zijn te vinden in 4.2.1 t/m 4.2.4.

Voor transporttanks met wanden vervaardigd van vezelgewapende kunststof (FRP) materialen, zie Hoofdstuk 6.9

De aanduiding (M) betekent dat de stof mag worden vervoerd in UN-MEGC’s.

Opmerking: Bovenstaande voorschriften kunnen door bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (11), worden gewijzigd.

Deze kolom kan tevens alfanumerieke codes bevatten die beginnen met de letters “BK”, refererend aan de typen bulkcontainers zoals beschreven in hoofdstuk 6.11, welke mogen worden gebruikt voor los gestort vervoer volgens de voorschriften van 7.3.1.1 a en 7.3.2

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen instructies in kolom 10 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 11 Bijzondere bepalingen transporttanks en bulkcontainers · hoofdstuk 4.2.5.3

Uitleg bij kolom 11

Bijzondere bepalingen voor transporttanks en bulkcontainers
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de bijzondere bepalingen voor transporttanks, die bovendien in acht moeten worden genomen. Deze codes, beginnend met de letters “TP” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de constructie of het gebruik van deze transporttanks. Zij zijn te vinden in 4.2.5.3.

Opmerking: Deze bijzondere bepalingen zijn, voor zover technisch relevant, niet alleen van toepassing op de transporttanks, aangegeven in kolom (10), maar ook op de transporttanks die overeenkomstig de tabel in 4.2.5.2.5 mogen worden gebruikt.

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 11 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 12 Tankcode · hoofdstuk 4.3

Uitleg bij kolom 12

Tankcodes voor RID-tanks
Deze kolom bevat een alfanumerieke code die, overeenkomstig 4.3.3.1.1 (voor gassen van klasse 2) of 4.3.4.1.1 (voor stoffen van de klassen 3 t/m 9), een tanktype beschrijft. Dit tanktype komt overeen met de minst stringente tankvoorschriften die aanvaardbaar zijn voor het vervoer van de betreffende stof in RID-tanks. De codes die de andere toegestane tanktypen beschrijven, zijn te vinden in 4.3.3.1.2 (voor gassen van klasse 2) of 4.3.4.1.2 (voor stoffen van de klassen 3 t/m 9). Indien geen code is aangegeven, is vervoer in RID-tanks niet toegestaan.

Indien in deze kolom een tankcode voor vaste stoffen (S) en voor vloeistoffen (L) is aangegeven, betekent dit dat deze stof ten vervoer mag worden aangeboden in tanks in vaste of vloeibare (gesmolten) toestand. In het algemeen is deze bepaling van toepassing op stoffen met smeltpunten tussen 20o C en 180o C.

Indien voor een vaste stof in deze kolom alleen de tankcode voor vloeistoffen (L) is vermeld, dan betekent dit dat de stof alleen voor vervoer in tanks wordt aangeboden in vloeibare (gesmolten) toestand.

De algemene voorschriften voor de constructie, de uitrusting, de toelating van het prototype, de beproeving en de kenmerking, die niet in de tankcode zijn aangegeven, zijn te vinden in 6.8.1, 6.8.2, 6.8.3 en 6.8.5. De algemene voorschriften voor het gebruik (bijv. maximale vullingsgraad of vulverhouding naar gelang het geval, minimale beproevingsdruk) zijn te vinden in 4.3.1 t/m 4.3.4.

De aanduiding van een (M) na de tankcode betekent dat de stof ook mag worden vervoerd in batterijwagens of MEGC's.

De aanduiding van een (+) achter de tankcode betekent dat het afwisselend gebruik van tanks is toegestaan wanneer dit uitdrukkelijk in het certificaat van typegoedkeuring is vermeld.

Voor tanks van vezelgewapende kunststof, zie 4.4.1 en hoofdstuk 6.9; voor druk/vacuümtanks (voor afvalstoffen), zie 4.5.1 en hoofdstuk 6.10.

Opmerking: Bovenstaande voorschriften kunnen door bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (13), worden gewijzigd.

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID is voor dit UN nummer geen tankcode in kolom 12 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 13 Bijzondere bepalingen ADR-tanks · hoofdstuk 6.8.4

Uitleg bij kolom 13

Bijzondere bepalingen voor RID-tanks
Deze kolom bevat de alfanumerieke codes van de bijzondere bepalingen voor RID-tanks, die bovendien in acht genomen moeten worden.

  • alfanumerieke codes beginnend met de letters “TU” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor het gebruik van deze tanks. Deze zijn te vinden in 4.3.5.
  • alfanumerieke codes beginnend met de letters “TC” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de constructie van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 a).
  • alfanumerieke codes beginnend met de letters “TE” hebben betrekking op bijzondere bepalingen betreffende de uitrusting van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 b).
  • alfanumerieke codes beginnend met de letters “TA” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de toelating van het prototype van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 c).
  • alfanumerieke codes beginnend met de letters “TT” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de beproeving van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 d).
  • alfanumerieke codes beginnend met de letters “TM” hebben betrekking op bijzondere bepalingen voor de kenmerking van deze tanks. Deze zijn te vinden in 6.8.4 e).

Opmerking: Deze bijzondere bepalingen zijn, voor zover technisch relevant, niet alleen van toepassing op de tanks, aangegeven in kolom (12), maar ook op de tanks die overeenkomstig de hiërarchieën in 4.3.3.1.2 en 4.3.4.1.2 mogen worden gebruikt.

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 13 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 16 Bijzondere bepalingen vervoer van colli · hoofdstuk 7.2

Uitleg bij kolom 16

Bijzondere bepalingen voor het vervoer - colli
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s), beginnend met de letter “W”, van de bijzondere bepalingen (voor zover aanwezig), die van toepassing zijn op het vervoer in colli. Deze bepalingen zijn opgesomd in 7.2.4. De algemene voorschriften voor het vervoer in colli zijn te vinden in de hoofdstukken 7.1 en 7.2.

Opmerking: Daarnaast moeten de  bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (18), betreffende laden, lossen en behandeling, in acht worden genomen. 

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 16 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 17 Bijzondere bepalingen vervoer los gestort · hoofdstuk 7.3

Uitleg bij kolom 17

Bijzondere bepalingen voor het vervoer - los gestort
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s) beginnend met de letters “VC” en de alfanumerieke code(s) beginnend met de letters “AP” van de bijzondere bepalingen, die van toepassing zijn op het los gestorte vervoer.

Deze codes zijn opgesomd in 7.3.3. Indien geen bijzondere bepaling aangeduid door de code “VC” of een verwijzing naar een specifieke paragraaf die deze wijze van vervoer expliciet toestaat in deze kolom is aangegeven, en geen bijzondere bepaling aangeduid door de code “BK” of een verwijzing naar een specifieke paragraaf die deze wijze van vervoer expliciet toestaat in kolom (10) is aangegeven, is los gestort vervoer niet toegestaan.

De algemene voorschriften voor het los gestort vervoer zijn te vinden in de hoofdstukken 7.1 en 7.3.

Opmerking: Daarnaast moeten de bijzondere bepalingen, aangegeven in kolom (18), betreffende laden, lossen en behandeling, in acht worden genomen.

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 17 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 18 Bijzondere bepalingen laden, lossen en behandeling · hoofdstuk 7.5

Uitleg bij kolom 18

Bijzondere bepalingen voor het vervoer - laden, lossen en behandeling
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s), beginnend met de letters “CW”, van de bijzondere bepalingen, die van toepassing zijn op het laden, lossen en behandeling. Deze bepalingen zijn opgesomd in 7.5.11. Indien in kolom (18) geen code is aangegeven, zijn alleen de algemene bepalingen van toepassing (zie 7.5.1 t/m 7.5.4 en 7.5.8). 

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 18 van tabel 3A opgenomen.



Kolom 19 Expresgoed · hoofdstuk 7.6

Uitleg bij kolom 19

Expresgoed
Deze kolom bevat de alfanumerieke code(s), beginnend met de letter “CE”, van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op verzending als expresgoed. Deze voorschriften zijn opgesomd in hoofdstuk 8.1.

Indien geen code is aangegeven, is vervoer als expresgoed niet toegestaan. 

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 19 van tabel 3A opgenomen.