RID-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →
Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.4 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Tabel A
RID 2025

Hoofdstuk 1.9 
BEPERKINGEN IN HET VERVOER DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEITEN 

 

Een RID-Verdragsstaat kan bepaalde aanvullende voorschriften, die niet in het RID zijn opgenomen, voor het internationale vervoer over de spoorweg van gevaarlijke goederen op zijn grondgebied van toepassing verklaren, onder voorwaarde dat deze aanvullende voorschriften:

  • genoemd zijn in sectie 1.9.2,
  • niet strijdig zijn met de voorschriften van sectie 1.1.2.1 b),
  • opgenomen zijn in de nationale wetgeving van de RID-Verdragsstaat en ook van kracht zijn voor het nationale vervoer over de spoorweg van gevaarlijke goederen over het gehele grondgebied van de RID- Verdragsstaat,
  • niet leiden tot het verbod van het vervoer over de spoorweg van de onder deze voorschriften vallende gevaarlijke goederen op het gehele grondgebied van deze RID-Verdragsstaat.

De in sectie 1.9.1 genoemde aanvullende voorschriften zijn:

  1. aanvullende voorschriften of de veiligheid dienende beperkingen voor vervoer
    • waarbij gebruik gemaakt wordt van bepaalde kunstwerken, zoals bruggen of tunnels*,
    • waarbij gebruik gemaakt wordt van inrichtingen voor het gecombineerde verkeer, zoals overslaginrichtingen, of
    • dat begint of eindigt in havens, spoorwegstations of andere terminals voor het vervoer.
  2. voorschriften waarmee het vervoer van bepaalde gevaarlijke goederen over spoorlijnen met bijzondere of plaatselijke risico's, zoals spoorlijnen door woongebieden, ecologisch kwetsbare gebieden, economische centra of industriële zones met gevaarlijke installaties wordt verboden of wordt onderworpen aan bijzondere voorwaarden, zoals exploitatieve maatregelen (verminderde snelheid, vastgelegde rijtijd, verbod van tegentreinen, etc.). De bevoegde autoriteiten moeten, voorzover mogelijk, alternatieve spoorlijnen aanwijzen, die gebruikt kunnen worden in plaats van de spoorlijnen, die zijn uitgesloten of die aan bijzondere voorwaarden zijn onderworpen.
  3. bijzondere voorschriften, waarin uitgesloten of bepaalde aangewezen spoorlijnen worden vermeld, of voorschriften die in acht genomen moeten worden bij tijdelijk oponthoud als gevolg van weersomstandigheden, aardbevingen, ongevallen, demonstraties, burgeroproer of militaire gevechtsacties.

*Zie voor vervoer door de Kanaaltunnel en tunnels met soortgelijke kenmerken ook Bijlage II van Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land.(Publicatieblad van de Europese Unie Nr. L260, van 30 september 2008, blz. 13).

De toepassing van de aanvullende voorschriften overeenkomstig 1.9.2 a) en b) veronderstelt dat de bevoegde autoriteit de noodzaak van de maatregelen aantoont3 & 4.

3 De Algemene Leidraad voor de berekening van risico's verbonden aan het spoorvervoer van gevaarlijke goederen, 
goedgekeurd door de Commissie van RID-Deskundigen op 24 november 2005, kan op de website van de OTIF (http://otif.org/en/?page_id=1103) worden geraadpleegd.
4 multimodale richtlijnen (Binnenlands TDG risico management kader) kunnen op de website van het Directoraat voor 
Mobiliteit en vervoer van de Europese Commissie worden geraadpleegd (https://ec.europa.eu/transport/themes/dangerous_good/risk_management_framework_en) of direct op de website van het Spoorwegbureau van de Europese Unie (https://www.era.europa.eu/activities/transport-dangerous-goods/inland-tdg_en).

De bevoegde autoriteit van de RID-Verdragsstaat die aanvullende voorschriften overeenkomstig 1.9.2 a) of b) op zijn grondgebied van toepassing verklaart, stelt, in het algemeen van te voren, het secretariaat van de OTIF op de hoogte van de aanvullende voorschriften; het secretariaat van de OTIF stelt de RID- Verdragsstaten hiervan in kennis.

Niettegenstaande de voorschriften van voorgaande secties kunnen de RID-Verdragsstaten bijzondere veiligheidsvoorschriften voor het internationale vervoer over de spoorweg van gevaarlijke goederen vaststellen - voorzover het betreffende gebied niet wordt afgedekt door het RID - in het bijzonder met betrekking tot:

  • het treinverkeer,
  • de reglementering van bedrijfsprocessen, die samenhangen met het vervoer, zoals het rangeren of overstaan,
  • de registratie van gegevens over de vervoerde gevaarlijke goederen, onder voorwaarde dat deze voorschriften zijn opgenomen in de nationale wetgeving van de RID- Verdragsstaat en ook van kracht zijn voor het nationale vervoer over de spoorweg van gevaarlijke goederen over het grondgebied van de RID-Verdragsstaat.

Deze bijzondere voorschriften mogen niet betrekking hebben op gebieden, die worden afgedekt door het RID, en meer in het bijzonder niet de gebieden, genoemd in 1.1.2 a) en 1.1.2 b).