RID-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →
Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.4 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Tabel A
RID 2025

UN 1011 — BUTAAN

UN
1011
GEVI
23

Brandbaar gas

Verpakkingsgroep
Classificatiecode
2F
Nederlands BUTAAN
English BUTANE
Deutsch BUTAN
Français BUTANE
Español BUTANO
ADR klasse : 2

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  
Limited Quantities : 0

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  
Excepted Quantities : E0

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  
Vervoerscategorie (1000 punten) : 2, max 333 kg / ltr

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Kolom 5 Voorgeschreven etiketten

Etiket 2.1
2.1
Etiket 13
13

Etiket nr 13 is een rangeer etiket. Dit etiket wordt op een wagen aangebracht in plaats van een collo.


Kolom 6 Bijzondere bepalingen · hoofdstuk 3.3

Inklappen menu

3.3.1 - 392

3.3.1 - 657

3.3.1 - 662

3.3.1 - 674

3.3.1 : Bijzondere bepaling 392
Voor het vervoer van omhullingssystemen voor gasvormige brandstof die zijn ontworpen en goedgekeurd om te worden gemonteerd in motorvoertuigen die dit gas bevatten, hoeven de voorschriften van 4.1.4.1 en hoofdstuk 6.2 niet te worden toegepast wanneer ze worden vervoerd ter verwijdering, recycling, reparatie, onderzoek en onderhoud, of wanneer ze worden vervoerd van de plaats van fabricage naar een assembleerfabriek voor voertuigen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. De omhullingssystemen voor gasvormige brandstof voldoen aan de eisen die worden gesteld in de normen of reglementen voor brandstofreservoirs van voertuigen, naar gelang van toepassing. Voorbeelden van toepasselijke normen en reglementen zijn:
LPG-reservoirs
VN-Reglement nr. 67,
herziening 2
Uniforme voorschriften betreffende:
I.     Goedkeuring   van   specifieke   inrichtingen van voertuigen van de   categorieën   M     en   N   voor     het gebruik van vloeibaar   gemaakt petroleumgas (LPG) als brandstof;
II.     Goedkeuring van voertuigen van de categorieën M en N wat betreft de installatie van specifieke inrichtingen voor het gebruik van vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG) als brandstof
VN-Reglement nr. 115 Uniforme voorschriften betreffende de goedkeuring van:
I.   Specifieke LPG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van LPG als brandstof;
II.   Specifieke CNG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van CNG als brandstof
CNG- en LNG-reservoirs
VN-Reglement nr. 110 Uniforme voorschriften betreffende de goedkeuring van:
I.     Specifieke onderdelen van motorvoertuigen die samengeperst aardgas (CNG) en/of vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) als brandstof gebruiken
II.   Voertuigen met betrekking tot de installatie van specifieke onderdelen van een goedgekeurd type voor het gebruik van samengeperst aardgas   (CNG) en/of vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) als brandstof
VN-Reglement nr. 115 Uniforme voorschriften betreffende de goedkeuring van:
I.   Specifieke LPG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van LPG als brandstof;
II.   Specifieke CNG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van CNG als brandstof
ISO 11439:2013 Gasflessen – Hogedrukcilinders voor de opslag van aardgas als brandstof voor wegvoertuigen
ISO 15500-serie Wegvoertuigen – Onderdelen van brandstofsystemen voor samengeperst aardgas (CNG) – verschillende delen naar gelang van toepassing
ANSI NGV 2 Voertuigbrandstofreservoirs voor samengeperst aardgas
CSA B51 deel 2:2014 Norm voor ketel, drukvat en drukleidingen, deel 2, vereisten voor hogedrukflessen voor de opslag aan boord van brandstoffen voor wegvoertuigen
Persluchtreservoirs voor waterstof
Mondiaal technisch reglement (GTR) nr. 13 Mondiaal technisch reglement inzake motorvoertuigen op waterstof en brandstofcellen (ECE/TRANS/180/Add.13)
ISO/TS 15869:2009 Gasvormige waterstof en waterstofmengsels – brandstofreservoirs voor landvoertuigen
Verordening (EG) nr. 79/2009 Verordening (EG) nr.  79/2009 van het  Europees Parlement en de  Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG
Verordening (EU) nr. 406/2010 Verordening (EU) nr. 406/2010 van de Commissie van 26 april 2010 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof
VN-Reglement nr. 134 Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van motorvoertuigen en onderdelen daarvan met betrekking tot de veiligheidsprestaties van motorvoertuigen op waterstof
CSA B51 deel 2: 2014 Norm voor ketel, drukvat en drukleidingen code – deel 2: Vereisten voor hogedrukflessen voor de opslag aan boord van brandstoffen voor motorvoertuigen

Gasreservoirs die ontworpen en gebouwd zijn volgens eerdere versies van de relevante normen of reglementen inzake gasreservoirs voor motorvoertuigen die van toepassing waren toen de
voertuigen waarvoor de gasreservoirs waren ontworpen en gebouwd, werden gecertificeerd, mogen verder worden vervoerd;

  1. De omhullingssystemen voor gasvormige brandstof moeten lekdicht zijn en mogen geen tekenen van uitwendige beschadiging vertonen die de veiligheid ervan kunnen beïnvloeden;

    Opmerking 1: Criteria zijn te vinden in ISO-norm 11623:2015 Gasflessen
    Composiet materiaal Periodieke keuring en beproeving (of ISO 19078:2013 Gasflessen Inspectie van de gasflesseninstallatie, en herkeuring van hogedrukgasflessen voor de opslag in wegvoertuigen met aardgas als brandstof).
    Opmerking 2: Indien de omhullingssystemen voor gasvormige brandstof niet lekdicht of juist overvuld zijn, dan wel schade vertonen die de veiligheid ervan kan beïnvloeden (bijv. bij een terugroeping in verband met de veiligheid), mogen ze alleen in bergingsdrukhouders worden vervoerd overeenkomstig het RID.

  2. Indien een omhullingssysteem voor gasvormige brandstof is uitgerust met twee of meer in lijn ingebouwde kleppen, moeten de twee kleppen gasdicht gesloten zijn onder normale vervoersomstandigheden. Indien slechts één klep is aangebracht of als er maar één werkt, moeten alle openingen, uitgezonderd de opening van de drukontlastingsinrichting, gasdicht gesloten zijn onder normale vervoersomstandigheden;
  3. Omhullingssystemen voor gasvormige brandstof moeten zodanig worden vervoerd dat de drukontlastingsinrichting ongehinderd kan functioneren en dat schade aan de kleppen en elk ander onder druk staand deel van de omhullingssystemen voor gasvormige brandstof alsmede het onbedoeld vrijkomen van gas wordt voorkomen onder normale vervoersomstandigheden. Het omhullingssysteem voor gasvormige brandstof moet veilig zijn vastgezet om glijden, rollen of verticale bewegingen te voorkomen;
  4. Kleppen moeten beschermd zijn door middel van een van de methoden beschreven in 4.1.6.8 a) tot en met e);
  5. Behalve in het geval dat omhullingssystemen voor gasvormige brandstof worden verplaatst voor verwijdering, recycling, reparatie, inspectie of onderhoud, mogen ze tot niet meer dan 20% van hun nominale vullingsgraad of nominale bedrijfsdruk worden gevuld, naar gelang van toepassing;
  6. Wanneer omhullingssystemen voor gasvormige brandstof worden verzonden in een voorziening voor de behandeling, kunnen, niettegenstaande het bepaalde in hoofdstuk 5.2, merktekens en etiketten op deze voorziening worden aangebracht; en
  7. Niettegenstaande het bepaalde in 5.4.1.1.1 f) mag de informatie over de totale hoeveelheid gevaarlijke goederen door de volgende informatie worden vervangen:
    1. Het aantal omhullingssystemen voor gasvormige brandstof; en
    2. In geval van vloeibaar gemaakte gassen, de totale netto massa (kg) van het gas van elk omhullingssysteem voor gasvormige brandstof en, in geval van samengeperste gassen, de totale waterinhoud (l) van elk omhullingssysteem voor gasvormige brandstof gevolgd door de nominale bedrijfsdruk.

Voorbeelden van informatie in het vervoersdocument:
Voorbeeld 1: "UN 1971, aardgas, samengeperst, 2.1, 1 omhullingssysteem voor gasvormige brandstof van 50 l in totaal, 200 bar".

Voorbeeld 2: "UN 1965, waterstofgasmengsel, vloeibaar gemaakt, n.e.g., 2.1, 3 omhullingssystemen voor gasvormige brandstof, nettomassa van het gas elk 15 kg".

3.3.1 : Bijzondere bepaling 657
Deze positie moet alleen voor de technisch zuivere stof worden gebruikt; voor mengsels van LPG-bestanddelen, zie UN-nummer 1965 of zie UN-nummer 1075 in combinatie met Opmerking 2 in 2.2.2.3.

3.3.1 : Bijzondere bepaling 662
Flessen die niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.2 en die uitsluitend aan boord van een schip of luchtvaartuig worden gebruikt, mogen ten behoeve van het vullen of inspecteren en daaropvolgend retourneren worden vervoerd, onder voorwaarde dat zij zijn ontworpen en gebouwd in overeenstemming met een norm die wordt erkend door de bevoegde autoriteit van het land van goedkeuring en dat aan alle overige relevante voorschriften van het RID wordt voldaan, met inbegrip van de volgende:

  1. Bij het vervoer van de flessen moeten de afsluiters worden beschermd conform 4.1.6.8;
  2. De flessen moeten worden voorzien van een kenmerk en etiket conform 5.2.1 en 5.2.2; en
  3. Er wordt voldaan aan alle relevante vullingsvereisten van verpakkingsinstructie P200 van 4.1.4.1.

In het vervoersdocument wordt de volgende verklaring opgenomen:

"VERVOER VOLGENS BIJZONDERE BEPALING 662".

3.3.1 : Bijzondere bepaling 674
Deze bijzondere bepaling is van toepassing op periodiek onderzoek en beproeving van omspoten flessen als bedoeld in 1.2.1.
Omspoten flessen waarop 6.2.3.5.3.1 van toepassing is, moeten worden onderworpen aan periodieke onderzoeken en beproevingen volgens 6.2.1.6.1, die op basis van de volgende alternatieve methode zijn aangepast:

  • vervanging van de in 6.2.1.6.1 d) vereiste beproeving door alternatieve destructieve beproevingen;
  • uitvoering van specifieke aanvullende destructieve beproevingen die samenhangen met de eigenschappen van omspoten flessen.
    De procedures en voorschriften voor deze alternatieve methode worden hieronder beschreven.

    Alternatieve methode:
  1. Algemeen
    De volgende voorschriften zijn van toepassing op in serie gefabriceerde omspoten flessen die gebaseerd zijn op gelaste stalen flessen overeenkomstig EN 1442:2017, EN 14140:2014 + AC:2015 of bijlage I, delen 1 tot en met 3 bij Richtlijn 84/527/EEG van de Raad. Het ontwerp van de omspuiting moet infiltratie van water tot aan de stalen binnenfles voorkomen. De omvorming van de stalen fles in een omspoten fles moet gebeuren volgens de voorschriften in EN 1442:2017 en EN 14140:2014 + AC:2015.

    Omspoten flessen moeten worden uitgerust met zelfsluitende kleppen.

  2. Basispopulatie
    Een basispopulatie van omspoten flessen wordt gedefinieerd als de flessenproductie van slechts één omspuitingsbedrijf waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe binnenflessen die binnen één kalenderjaar door slechts één fabrikant zijn vervaardigd op basis van hetzelfde ontwerptype en dezelfde materialen en productieprocessen.

  3. Subgroepen van een basispopulatie
    Binnen de bovengenoemde basispopulatie moeten omspoten flessen die aan verschillende eigenaars toebehoren, in specifieke subgroepen worden gescheiden, één per eigenaar.

    Indien de gehele basispopulatie aan één eigenaar toebehoort, is de subgroep gelijk aan de basispopulatie.

  4. Traceerbaarheid|
    Merktekens voor stalen binnenflessen overeenkomstig 6.2.3.9 moeten ook op de omspuiting worden aangebracht. Bovendien moet elke omspoten fles voorzien zijn van een stevige individuele elektronische identificatie-inrichting. De eigenaar moet de gedetailleerde eigenschappen van de omspoten flessen in een centrale gegevensbank bijhouden. De gegevensbank moet worden gebruikt om:
    • de specifieke subgroep vast te stellen; 
    • onderzoeksinstanties, vulcentra en bevoegde autoriteiten in kennis te stellen van de specifieke technische eigenschappen van de flessen, die bestaan uit ten minste het volgende: het serienummer, de productieserie van de stalen flessen, de productieserie van de omspuitingen, datum van omspuiting;
    • de fles te identificeren door het elektronisch apparaat te koppelen aan de gegevensbank met het serienummer;
    • de geschiedenis van de afzonderlijke fles na te gaan en maatregelen vast te stellen (vullen, monstername, herbeproeving, intrekking);
    • uitgevoerde maatregelen vast te leggen, waaronder de datum en het adres waar de uitvoering heeft plaatsgevonden.

      De eigenaar van de omspoten flessen moet de geregistreerde gegevens gedurende de gehele levensduur van de subgroep beschikbaar houden.
  1. Monstername voor statistische beoordeling
    Er wordt binnen een subgroep zoals bepaald onder c) een aselecte monstername uitgevoerd. De omvang van elke monstername per subgroep moet in overeenstemming zijn met de tabel onder g).
  2. Procedure bij destructieve beproeving
    Het onderzoek/de beproeving zoals bepaald in 6.2.1.6.1 moet worden uitgevoerd, met uitzondering van d), die door de volgende beproevingsprocedure wordt vervangen:
    • Barstproef (volgens EN 1442:2017 of EN 14140:2014 + AC:2015).
      Daarnaast moeten de volgende proeven worden uitgevoerd:
    • Adhesieproef (volgens EN 1442:2017 of EN 14140:2014 + AC:2015);
    • Pel- en corrosieproeven (volgens EN ISO 4628-3:2016).
      Op elk monster moeten na de eerste drie bedrijfsjaren en daarna elke vijf jaar een adhesieproef, beproevingen op pellen en corrosie en een barstproef worden uitgevoerd overeenkomstig de tabel onder g).
  1. Statistische evaluatie van de beproevingsresultaten – Methode en minimumeisen
    De procedure voor statistische evaluatie volgens de betreffende afwijzingscriteria wordt hieronder beschreven.

a Het barstdrukpunt (BPP) van het representatieve monster wordt toegepast voor de evaluatie
van de beproevingsresultaten aan de hand van een prestatiegrafiek:
Stap 1: Bepaling van het barstdrukpunt (BPP) van een representatief monster
Elk monster wordt weergegeven door een punt waarvan de coördinaten de gemiddelde
waarde van de barstproefresultaten en de standaardafwijking van de barstproefresultaten
vormen, elk genormaliseerd naar de toepasselijke beproevingsdruk.

waarbij
x = gemiddelde waarde monster;
s = standaardafwijking monster;
PH = beproevingsdruk

Stap 2: Uitzetten van punten in een prestatiegrafiek
Elk BPP wordt uitgezet op een prestatiegrafiek met de volgende as:

  • Abscis: Standaardafwijking genormaliseerd naar beproevingsdruk (Ωs)
  • Ordinaat: Gemiddelde waarde genormaliseerd naar beproevingsdruk (Ωm)

Stap 3: Bepaling van de relevante ondergrens van het tolerantie-interval in de prestatiegrafiek
De resultaten van de barstproef moeten eerst worden gecontroleerd aan de hand van de gezamenlijke proef (multidirectionele proef), waarbij een significantieniveau van α = 0,05 (zie paragraaf 7 van ISO 5479:1997) wordt toegepast om vast te stellen of de verdeling van de resultaten voor elk monster normaal of niet-normaal is.

  • Voor een normale verdeling: de bepaling van de relevante ondergrens voor de tolerantie wordt vermeld in stap 3.1.
  • Voor een niet-normale verdeling: de bepaling van de relevante ondergrens voor de tolerantie wordt vermeld in stap 3.2.

Stap 3.1: De ondergrens van het tolerantie-interval voor de resultaten na een normale verdeling

Gelet op ISO-norm 16269-6:2014 alsmede op het feit dat de variantie onbekend is, moet bij het eenzijdige statistische tolerantie-interval worden uitgegaan van een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een populatiefractie gelijk aan 99,9999%.

Bij toepassing in de prestatiegrafiek wordt de ondergrens van het tolerantie-interval weergegeven door een lijn voor het constante-overlevingspercentage, bepaald volgens de formule:

waarbij
k3 = factorfunctie van n, p en 1-α;
p = aandeel van de populatie geselecteerd voor het tolerantie-interval (99,9999%);
1-α = betrouwbaarheidsniveau (95%);
n = monstergrootte.
De k3-waarde voor normale verdelingen moet worden genomen uit de tabel aan het einde van stap 3.

Stap 3.2: De ondergrens van het tolerantie-interval voor de resultaten na een niet-normale verdeling

Het eenzijdige statistische tolerantie-interval moet worden berekend uitgaande van een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een populatiefractie gelijk aan 99,9999%.

De ondergrens voor de tolerantie wordt weergegeven door een lijn voor het constante-overlevingspercentage, bepaald volgens de formule onder stap 3.1, waarbij de k3-factoren en de berekening daarvan zijn gebaseerd op de kenmerken van een Weibull-verdeling.

De k3-waarde voor de Weibull-verdelingen moet worden genomen uit onderstaande tabel aan het einde van stap 3.

 

 

Opmerking: Indien de monstergrootte tussen twee waarden ligt, moet de kleinere monstergrootte worden gekozen die het dichtste bij ligt
  1. Maatregelen indien niet aan de acceptatiecriteria wordt voldaan

    Indien een resultaat van de barstproef, de pel- en corrosieproef of de adhesieproef niet voldoet aan de criteria vermeld in de tabel in paragraaf g), moet de niet-conforme subgroep van omspoten flessen door de eigenaar apart worden gehouden voor nader onderzoek en deze mogen niet worden gevuld of voor vervoer en gebruik beschikbaar worden gesteld,

    In overeenstemming met de bevoegde autoriteit of de Xa-instantie die de goedkeuring van het prototype heeft afgegeven, moeten aanvullende beproevingen worden uitgevoerd om de onderliggende oorzaak van de niet-conformiteit vast te stellen,

    Indien niet kan worden aangetoond dat de onderliggende oorzaak zich beperkt tot de niet-conforme subgroep van de eigenaar, moet de bevoegde autoriteit of de Xa-instantie maatregelen nemen die betrekking hebben op de gehele basispopulatie en, mogelijk, andere productiejaren,

    Indien kan worden aangetoond dat de onderliggende oorzaak zich beperkt tot een deel van de niet-conforme subgroep, kan de bevoegde autoriteit besluiten dat de conforme delen weer in bedrijf kunnen worden genomen, Er moet worden aangetoond dat geen enkele afzonderlijke omspoten fles die weer in bedrijf wordt genomen, niet-conform is,
  2. Voorschriften voor het vulcentrum
    De eigenaar verstrekt bewijsmateriaal aan de bevoegde autoriteit waaruit blijkt dat de vulcentra:
    • voldoen aan de voorschriften van verpakkingsinstructie P200 (7) van 4.1.4.1 en dat de voorschriften in de norm betreffende inspecties vóór het vullen waarnaar wordt verwezen in de tabel van verpakkingsinstructie P200 (11) van 4.1.4.1 nagekomen en correct toegepast zijn;
    • beschikken over passende middelen voor de identificatie van omspoten flessen, zoals het apparaat voor elektronische identificatie;
    • toegang hebben tot de gegevensbank vermeld onder d);
    • in staat zijn de gegevensbank te actualiseren;
    • een kwaliteitssysteem gebruiken overeenkomstig de ISO-norm 9000-serie of een gelijkwaardige norm, gecertificeerd door een geaccrediteerde onafhankelijke instantie die door de bevoegde autoriteit is erkend,

Kolom 8 · 9a Verpakkingsinstructies en bijzondere verpakkingsvoorschriften · hoofdstuk 4.1.4

P200

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Kolom 9b Gezamenlijke verpakking · hoofdstuk 4.1.10

Inklappen menu

MP09

Bepaling MP 9

Mag gezamenlijk worden verpakt in een buitenverpakking voor samengestelde verpakkingen volgens 6.1.4.21:

  • met andere goederen van klasse 2;
  • met goederen van andere klassen, indien gezamenlijke verpakking ook voor goederen van deze klassen is toegestaan; of
  • met goederen die niet zijn onderworpen aan de voorschriften van het RID,

onder voorwaarde dat zij niet gevaarlijk met elkaar reageren.


Kolom 10 Instructies transporttanks en bulkcontainers · hoofdstuk 4.2.5.2

T50 (M)

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Kolom 11 Bijzondere bepalingen transporttanks en bulkcontainers · hoofdstuk 4.2.5.3

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 11 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 12 Tankcode · hoofdstuk 4.3

Tankcode : PxBN(M)

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Kolom 13 Bijzondere bepalingen ADR-tanks · hoofdstuk 6.8.4

Inklappen menu

TU38

TE22

TA4

TT9

TM6

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Kolom 16 Bijzondere bepalingen vervoer van colli · hoofdstuk 7.2

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 16 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 17 Bijzondere bepalingen vervoer los gestort · hoofdstuk 7.3

Inklappen menu

N.V.T.

In het RID zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 17 van tabel 3A opgenomen.


Kolom 18 Bijzondere bepalingen laden, lossen en behandeling · hoofdstuk 7.5

Inklappen menu

CW09

CW10

CW36

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.  


Kolom 19 Expresgoed · hoofdstuk 7.6

Inklappen menu

CE3

Bijzondere bepaling CE03

Een collo expresgoed mag niet meer wegen dan 50 kg.