Constructievoorschriften voor tankschepen van het type G
De voorschriften 9.3.1.0 tot en met 9.3.1.99 zijn van toepassing op tankschepen van het type G.
Hoofdstuk 9.3
Voorschriften voor de constructie van tankschepen.
Constructievoorschriften voor tankschepen van het type G
De voorschriften 9.3.1.0 tot en met 9.3.1.99 zijn van toepassing op tankschepen van het type G.
Constructiematerialen
De scheepsromp en de ladingtanks moeten zijn vervaardigd van scheepsbouwstaal of van een ander, ten minste gelijkwaardig metaal, extra eisen/aantekeningen uit hoofdstuk 3.2, tabel C, kolom (20) uitgezonderd. Onafhankelijke ladingtanks en membraantanks mogen ook van andere materialen zijn vervaardigd onder voorwaarde dat deze ten minste gelijkwaardige mechanische eigenschappen en bestendigheid tegen de inwerking van temperatuur of vuur bezitten.
Membraantanks worden geacht deze gelijkwaardige mechanische eigenschappen en bestendigheid te bezitten als de materialen waarmee zij zijn gemaakt aan de volgende eisen voldoen:
Alle delen van het schip inclusief inrichting en uitrusting, die met de lading in aanraking kunnen komen, moeten van materialen vervaardigd zijn die noch op gevaarlijke wijze door de lading aangetast kunnen worden of een ontleding van de lading kunnen veroorzaken noch ermee reageren en zodat schadelijke of gevaarlijke verbindingen worden gevormd. Indien dit bij de classificatie en het onderzoek van het schip niet onderzocht kon worden, moet een voorbehoud dienaangaande worden opgenomen in de Scheepsstoffenlijst overeenkomstig 1.16.1.2.5.
Het gebruik van hout, aluminiumlegeringen, kunststoffen, rubber, glas of composiet in de ladingzone is verboden behalve indien dit in 9.3.1.0.4 of in het Certificaat van Goedkeuring uitdrukkelijk is toegestaan.
Het gebruik van hout, aluminiumlegeringen, kunststoffen of rubber, glas of composiet in de ladingzone is toegestaan, zoals aangegeven in onderstaande tabel:
| Materiaal / uitrusting | Hout | Aluminium- legeringen |
Kunststoffen / Composiet |
Rubber | Glas |
| Permanent geïnstalleerd materiaal | |||||
| De onderstopping van, van de scheepsromp onafhankelijke tanks, evenals voor de onderstopping van inrichtingen en uitrustingen | X | X | |||
| Masten en dergelijke rondhouten | X | X | X | ||
| Onderdelen van machines | X | X | |||
| Afdekzeilen voor machines en pompen | X | ||||
| Borden (Toegangsverbod en rookverbod) | X | X | |||
| Onderdelen van de elektrische installatie | X | X | |||
| Volgens de toepasbare technische normen | |||||
| Onderdelen van de laad- en losinstallatie, bijv. pakkingen | X | X | X | ||
| Stopblokken en diverse aanslagen | X | X | |||
| Ventilatoren, incl. leidingen en slangen voor ventilatie | X | X | |||
| Onderdelen van de watersproei-inrichting, de douche en het oog- en gezichtsbad | X | X | |||
| Isolatie van ladingtanks en laad- en losleidingen, gasafvoerleidingen en verwarmingsbuizen | X | X | X | ||
| Bekleding van ladingtanks en laad- en losleidingen | X | X | X | ||
| Isolatie van ladingtanks (Tabel C, kolom (20), Opmerking 32) | X | X | X | ||
| Allerlei soorten afdichtingen | X | X | X | ||
| Onder voorbehoud van Tabel C, kolom (20), opmerking 39, a) | |||||
| Kabels voor elektrische apparatuur | X | ||||
| Volgens de toepasbare technische normen | |||||
| Aan dek geplaatste kisten, kasten of andere houders voor het opbergen van materiaal dat wordt gebruikt voor het opvangen van weglekkende vloeistoffen, reinigingsmiddelen, brandblusapparatuur, berafslangen, etc. | X | X | |||
| Aan dek geplaatste kisten, kasten of andere houders voor het opbergen van afval | X | X | |||
| Voor olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval enkel brandbestendige houders (7.2.1.21.6) | |||||
| Draagbaar materiaal | |||||
| Loopplanken | X | X | X | X | |
| Buitenboordtrappen en doorgangen (loopplanken) **) | X | X | X | ||
| Buitenboordladders | X | X | X | ||
| Ladders | X | X | X | ||
| Reinigingsuitrusting, bijv. bezems | X | X | X | X | |
| Brandblusapparaten, draagbare gasdetectiemeters | X | X | X | ||
| Reddingslijnen | X | ||||
| Persoonlijke beschermende uitrusting, vluchtapparaat conform ES-TRIN | X | X | X | ||
| Lekbakken | X | ||||
| Stootkussens | X | X | X | ||
| Meerlijnen, trossen voor stootkussens, etc. | X | ||||
| Onder voorbehoud van 7.x.4.76 | |||||
| Met onder leidingen en slangen van het leidingwerk voor laden en lossen | X | X | |||
| Brandslangen, luchtslangen, slangen voor dekreiniging etc. | X | X | |||
| Ander soort slangen | |||||
| In overeenstemming met 8.1.6.2 en de genoemde normen | |||||
| Aluminium peilstokken | X | ||||
| Indien voorzien van messing voeten of op een andere manier beschermd om vonken te voorkomen | |||||
| Monsternamapparatuur | X | ||||
| Houders ten behoeve van olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval (7.2.4.1) | X | X | |||
| Brandbestendige houders (7.2.1.21.6) | |||||
| Houders voor restproducten en houders voor slobs | X | X | |||
| In overeenstemming met ADR, RID of IMDG-Code met betrekking tot de toelatingseisen van materialen | |||||
| Monsterflessen | X | X | |||
| In overeenstemming met ADR met betrekking tot de toelatingseisen van materialen | |||||
| Fotokopieën van het Certificaat van Goedkeuring overeenkomstig 8.1.2.6 of 8.1.2.7, en van het scheepscertificaat, het ijkcertificaat en de Verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart | X | X | |||
| Aluminium mand voor de opslag van meerlijnen/trossen | X | ||||
| Bootshaak | X | X | X | ||
| Bijboot (indien toegelaten in de ladingzone conform 7.2.3.26.1 en 7.2.3.31.1) | X | X | |||
| Enkel indien het materiaal moeilijk ontvlambaar is | |||||
De in de ladingzone gebruikte verf mag bij slag- of gelijksoortige belasting geen vonkvorming kunnen veroorzaken.
Alle in de woning en in het stuurhuis vast ingebouwde materialen, met uitzondering van meubels, moeten moeilijk ontvlambaar zijn. In geval van brand mogen ze geen gevaarlijke hoeveelheid rook of giftige gassen ontwikkelen.
Scheepsdossier
Opmerking: Ten behoeve van deze paragraaf wordt onder "eigenaar" hetzelfde verstaan als in 1.16.0.
De eigenaar moet het scheepsdossier bewaren en ter beschikking kunnen stellen op verzoek van de bevoegde autoriteit en het erkende classificatiebureau.
Het scheepsdossier moet tijdens de gehele levensduur van het schip worden bijgehouden en geactualiseerd en zes maanden worden bewaard nadat het schip uit de vaart is genomen.
Indien het schip tijdens zijn levensduur van eigenaar verandert moet het scheepsdossier aan de nieuwe eigenaar worden overgedragen.
Exemplaren van het scheepsdossier of alle noodzakelijke documenten moeten op verzoek ter beschikking worden gesteld aan de bevoegde autoriteit voor de afgifte van het Certificaat van Goedkeuring alsmede aan het erkende classificatiebureau of de onderzoeksinstantie voor eerste inspectie, periodiek onderzoek, buitengewoon onderzoek of buitengewone controles.
9.3.1.2 t/m 9.3.1.7 : Gereserveerd
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADN , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADN regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADN, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
Beste bezoeker,
De link die u probeert te openen werkt alleen bij de volledige versie van het ADN
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADN, Snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.