Tabel C: Lijst van gevaarlijke goederen in numerieke volgorde
Toelichting op kolommen
In het algemeen is elke afzonderlijke rij van Tabel C van toepassing op de stof(fen), vallende onder een specifiek UN-nummer of Stofnummer. Indien stoffen die tot hetzelfde UN-nummer of Stofnummer behoren echter verschillende chemische of fysische eigenschappen en/of vervoersvoorwaarden bezitten, kunnen voor dat UN-nummer of Stofnummer verscheidene opeenvolgende rijen worden gebruikt.
Elke kolom van Tabel C is, zoals aangegeven in de toelichting hieronder, voor een specifiek onderwerp bestemd. Het kruispunt van kolommen en rijen (cel) bevat voor de stof(fen) van die rij informatie over het in die kolom behandelde onderwerp:
- de eerste vier cellen identificeren de stof(fen) die/dat tot die rij behoort (behoren);
- de daarop volgende cellen bevatten de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn, ofwel in de vorm van volledige informatie, dan wel in gecodeerde vorm. De codes verwijzen naar gedetailleerde informatie, die kan worden gevonden in de nummers, aangegeven in de toelichting hieronder. Een lege cel betekent ofwel dat er geen bijzondere bepaling is en dat alleen de algemene voorschriften van toepassing zijn, dan wel dat de in de toelichting aangegeven beperking voor het vervoer van kracht is.
- Indien een cel een asterisk “*” bevat, moeten de toepasselijke bepalingen worden vastgesteld aan de hand van 3.2.3.3. De vaststelling van de toepasselijke bepalingen aan de hand van 3.2.3.3 moet voorrang krijgen op het gebruik van posities voor mengsels waarvoor onvoldoende gegevens beschikbaar zijn.
In de overeenkomstige cellen wordt niet naar de algemene voorschriften, die van toepassing zijn, verwezen.
Toelichting per kolom:
Kolom 1
UN-nummer/Stofnummer
Deze kolom bevat het UN-nummer of het Stofnummer:
- van de gevaarlijke stof, indien aan de stof een eigen specifiek UN-nummer of Stofnummer is toegekend (zie alfabetische lijst), of
- van de algemene positie of n.e.g.-positie, waaronder niet met name genoemde gevaarlijke stoffen overeenkomstig de criteria (“beslissingsbomen”) van Deel 2 moeten zijn ingedeeld.
Kolom 2
Benaming en beschrijving
Deze kolom bevat in hoofdletters de benaming van de gevaarlijke stof, indien aan de stof een eigen specifiek UN-nummer of Stofnummer is toegekend, of de benaming van een algemene positie of n.e.g.-positie, waarin de stof overeenkomstig de criteria (“beslissingsbomen”) van Deel 2 is ingedeeld (voor nadere bijzonderheden betreffende de juiste vervoersnaam zie 3.1.2).
Na de juiste vervoersnaam wordt, indien de classificatie en/of de vervoersvoorwaarden van de stof onder bepaalde omstandigheden kunnen verschillen, in kleine letters een beschrijvende tekst toegevoegd om het toepassingsgebied van de positie duidelijk te maken.
Kolom 3a
Klasse
Deze kolom bevat het nummer van de klasse, waarvan de titel overeenkomt met de gevaarlijke stof. Dit klassenummer wordt toegekend overeenkomstig de procedures en criteria van Deel 2.
Kolom 3b
Classificatiecode
Deze kolom bevat de classificatiecode van de gevaarlijke stof.
- Voor gevaarlijke stoffen van klasse 2 bestaat de code uit een cijfer en een letter voor de groep van gevaarlijke eigenschappen, die in 2.2.2.1.2 en 2.2.2.1.3 zijn toegelicht.
- Voor gevaarlijke stoffen of voorwerpen van de klassen 3, 4.1, 6.1, en 9 worden de codes toegelicht in 2.2.x.1.2 1.
- Voor gevaarlijke stoffen of voorwerpen van klasse 8 worden de codes toegelicht in 2.2.8.1.4.1
Kolom 4
Verpakkingsgroep
Deze kolom bevat de nummers van de verpakkingsgroepen (I, II of III) die aan de gevaarlijke stof zijn toegekend. Deze verpakkingsgroepen worden toegekend op grond van de procedures en criteria van Deel 2. Aan bepaalde stoffen wordt geen verpakkingsgroep toegekend.
Kolom 5
Gevaren
Deze kolom bevat informatie over de gevaren die van de gevaarlijke stof kunnen uitgaan. Deze gevaren zijn opgenomen op basis van de gevaarsetiketten van tabel A, kolom (5).
In geval van een chemisch instabiele stof is deze informatie aangevuld met de code “inst.”.
In het geval van een stof of mengsel met CMR-eigenschappen is deze informatie aangevuld met de code “CMR”.
De code “CMR” wordt gebruikt om stoffen aan te geven met langetermijngevolgen voor de gezondheid (kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch, Categorieën 1A en 1B overeenkomstig de criteria van de hoofdstukken 3.5, 3.6 en 3.7 van het GHS).
In het geval van een stof of mengsel gevaarlijk voor het aquatisch milieu is deze informatie aangevuld met de code “N1”, “N2” of “N3”. (Zie 2.2.9.1.10).
In het geval van een stof of mengsel die/dat drijft op het wateroppervlak, niet verdampt en niet gemakkelijk oplosbaar is in water of die/dat zinkt naar de bodem van het water en niet gemakkelijk oplosbaar is, wordt deze informatie aangevuld met de code “F” (wat betekent f loater/drijver) resp. “S” (wat betekent sinker/zinker).
Indien de informatie tussen haakjes wordt aangegeven, moeten alleen de relevante codes voor de vervoerde stof worden gebruikt.
Kolom 6
Tankschiptype
Deze kolom bevat het type van het tankschip, type G, C of N
Kolom 7
Uitvoering van de ladingtank
Deze kolom bevat de uitvoering van de ladingtank.
- Druktank
- Ladingtank, gesloten
- Ladingtank, open met vlamkerende inrichting
- Ladingtank, open
Kolom 8
Type van de ladingtank
Deze kolom bevat het type van de ladingtank.
- onafhankelijke ladingtank
- geïntegreerde ladingtank
- ladingtankwand geen scheepshuid
- membraantank
Kolom 9
Ladingtankuitrusting
Deze kolom bevat de uitrusting van de ladingtank.
- Koelinstallatie
- Ladingverwarmingsmogelijkheid
- Watersproei-inrichting
- Ladingverwarmingsinstallatie aan boord
Kolom 10
Openingsdruk van het overdruk-/snelafblaasventiel
Deze kolom bevat de minimaal voorgeschreven openingsdruk van het overdruk-/snelafblaasventiel in kPa.
Kolom 11
Maximaal toelaatbare vullingsgraad van de ladingtank in %
Deze kolom bevat de maximaal toelaatbare vullingsgraad van de ladingtanks in %.
Kolom 12
Dichtheid
Deze kolom bevat de dichtheid van de stof bij 20 ºC. De gegevens met betrekking tot de dichtheid hebben slechts een informatief karakter.
Kolom 13
Soort monstername-inrichting
Deze kolom bevat de voorgeschreven monstername-inrichting.
- Gesloten monstername-inrichting
- Deels gesloten monstername-inrichting
- Monstername-opening
Kolom 14
Pompkamer onder dek toelaatbaar
Deze kolom bevat gegevens of een pompkamer onder dek toelaatbaar is.
Ja : Pompkamer onder dek toelaatbaar
Neen : Pompkamer onder dek niet toelaatbaar
Kolom 15
Temperatuurklasse
Deze kolom bevat de temperatuurklasse van de stof.
Kolom 16
Explosiegroep
Deze kolom bevat de explosiegroep van de stof.
Waarden tussen rechte haken verwijzen naar de subgroepen van explosiegroep II B die moeten worden gebruikt voor het selecteren van de toepasselijke autonome beveiligingssystemen (vlamkerende inrichtingen, onderdrukventielen, overdruk-/snelafblaasventielen en apparaten voor een veilige drukontlasting van ladingtanks met een ingebouwd vlamkerend rooster).
Opmerking:
Wanneer voor explosiegroep II B voorzien is in autonome beveiligingssystemen, is het toegestaan producten in explosiegroep II A of II B, met inbegrip van de subgroepen II B3, II B2 en II B1, te vervoeren.
Wanneer voor explosiegroep II B3 voorzien is in autonome beveiligingssystemen, is het toegestaan producten in de explosiesubgroepen II B3, II B2 en II B1, of in explosiegroep II A, te vervoeren.
Wanneer voor explosiegroep II B2 voorzien is in autonome beveiligingssystemen, is het toegestaan producten in de explosiesubgroepen II B2 en II B1, of in explosiegroep II A, te vervoeren.
Wanneer voor explosiegroep II B1 voorzien is in autonome beveiligingssystemen, is het toegestaan producten in explosiesubgroep II B1 of in explosiegroep II A te vervoeren.
Kolom 17
Explosiebescherming vereist
Bevat informatie over bescherming tegen explosies.
Ja : Explosiebescherming vereist
Neen : Explosiebescherming niet vereist
Kolom 18
Vereiste uitrusting
Deze kolom bevat de alfabetische code met betrekking tot vereiste uitrusting bij het vervoer van de gevaarlijke stof (zie 8.1.5).
Kolom 19
Aantal blauwe kegels/lichten
Deze kolom bevat het aantal kegels/lichten, die het schip tijdens het vervoer van deze gevaarlijke stof of voorwerp moet voeren.
Kolom 20
Extra eisen of aantekeningen
Deze kolom bevat de extra eisen of aantekeningen die tijdens het vervoer van de gevaarlijke stof moeten worden genomen.