ADN-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 3 — Gevaarlijke goederen + bijzondere bepalingen

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Deel 4 uit ADR 2025 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Deel 6 uit ADR 2025 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.5 openen →
Hoofdstuk 6.6 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Hoofdstuk 6.11 openen →

Deel 7 — Vervoer, laden, lossen

Hoofdstuk 7.1 openen →
Hoofdstuk 7.2 openen →

Deel 8 — Bemanning + voertuig

Deel 9 — Constructie + goedkeuring voertuigen

Hoofdstuk 9.3 openen →
Tabel A Tabel C
ADN 2025
Inhoudsopgave hoofdstuk 2.2.9
  1. 2.2.9 Klasse 9 Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen
  2. 2.2.9.1 Criteria
  3. 2.2.9.1.2 Indeling
  4. 2.2.9.1.3 Definities en classificatie
  5. 2.2.9.1.4 Stoffen die bij inademing van fijn stof de gezondheid in gevaar kunnen brengen
  6. 2.2.9.1.5 Stoffen en voorwerpen, die in geval van brand dioxines kunnen doen ontstaan
  7. 2.2.9.1.7 Lithiumbatterijen en natrium-ion batterijen
  8. 2.2.9.1.7.2 Natrium-ion batterijen

Hoofdstuk 2.2.9
Klasse 9 Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen.

 

Klasse 9 Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen

De titel van klasse 9 omvat stoffen en voorwerpen die tijdens het vervoer een gevaar opleveren, dat niet onder de omschrijvingen van andere klassen valt.

De stoffen en voorwerpen van klasse 9 zijn als volgt onderverdeeld:

M1 Stoffen die bij inademing als fijn stof de gezondheid in gevaar kunnen brengen;

M2 Stoffen en voorwerpen, die in geval van brand dioxines kunnen doen ontstaan;

M3 Stoffen die brandbare dampen ontwikkelen;

M4 Lithiumbatterijen en natrium-ion batterijen;

M5 Reddingsmiddelen;

M6 – M8 Milieugevaarlijke stoffen;

  • M6 Stoffen die het aquatisch milieu verontreinigen, vloeibaar;
  • M7 Stoffen die het aquatisch milieu verontreinigen, vast;
  • M8 Genetisch gemodificeerde micro-organismen en organismen;

M9 – M10 Verwarmde stoffen;

  • M9 Vloeibaar;
  • M10 Vast;

M11 Andere stoffen en voorwerpen, die tijdens het vervoer een gevaar vertonen, maar die niet onder de definitie van een andere klasse vallen.

M12 Andere stoffen en voorwerpen, die tijdens het vervoer in tankschepen eengevaar vertonen, maar die niet onder de definitie van een andere klasse vallen.

Definities en classificatie

De in klasse 9 ingedeelde stoffen en voorwerpen zijn genoemd in tabel A van hoofdstuk 3.2. De indeling van stoffen en voorwerpen die niet met name genoemd zijn in tabel A van hoofdstuk 3.2 onder de juiste positie van die tabel of van subsectie 2.2.9.3 moet geschieden in overeenstemming met de hierna volgende subsecties 2.2.9.1.4 t/m 2.2.9.1.8, 2.2.9.1.10, 2.2.9.1.11, 2.2.9.1.13 en 2.2.9.1.14.

Stoffen die bij inademing van fijn stof de gezondheid in gevaar kunnen brengen

Stoffen die bij inademing van fijn stof de gezondheid in gevaar kunnen brengen, omvatten asbest alsmede asbesthoudende mengsels

Stoffen en voorwerpen, die in geval van brand dioxines kunnen doen ontstaan

Stoffen en voorwerpen, waarbij in geval van brand dioxines kunnen ontstaan, omvatten polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's en PCT's) en polyhalogeenbifenylen en polyhalogeenterfenylen en mengsels die deze stoffen bevatten, alsmede voorwerpen, zoals transformatoren, condensatoren en andere voorwerpen, die zulke stoffen of mengsels bevatten.

Opmerking: Mengsels met een gehalte aan PCB of PCT van niet meer dan 50 mg/ kg zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADN.

Stoffen die brandbare dampen ontwikkelen

Stoffen die brandbare dampen ontwikkelen, omvatten polymeren die brandbare vloeistoffen met een vlampunt van ten hoogste 55 °C bevatten.

Lithiumbatterijen

Lithiumbatterijen moeten aan de volgende voorschriften voldoen, tenzij het ADN anders bepaalt (bv. voor prototypes van batterijen en kleine productieseries conform bijzondere bepaling 310 of beschadigde batterijen conform bijzondere bepaling 376).

Opmerking: Voor LITHIUMBATTERIJEN GEPLAATST IN EEN LAADEENHEID (UN 3536), zie bijzondere bepaling 389 in hoofdstuk 3.3.

Cellen en batterijen, cellen en batterijen in apparatuur en cellen en batterijen verpakt met apparatuur die lithium in een willekeurige vorm bevatten, moeten naar gelang van het geval worden ingedeeld onder UN-nummer 3090, 3091, 3480 of 3481. Zij mogen, ingedeeld in deze positie, worden vervoerd indien aan de volgende voorschriften wordt voldaan:

  1. Elke cel of batterij is van een type waarvan is aangetoond dat het voldoet aan de eisen van elke beproeving uit het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 38.3;

    Opmerking: Batterijen moeten van een ontwerptype zijn waarvan is aangetoond dat het voldoet aan de beproevingsvereisten van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 38.3, ongeacht of de cellen waaruit zij bestaan van een beproefd type zijn.

  2. Elke cel en elke batterij moet zijn voorzien van een veiligheidsinrichting voor de ontluchting of moet zodanig ontworpen zijn dat zij onder normale vervoersomstandigheden niet met geweld kan bezwijken;
  3. Elke cel en elke batterij moet zijn voorzien van een doeltreffend middel ter voorkoming van uitwendige kortsluitingen;
  4. Elke batterij die cellen of series van parellel geschakelde cellen bevat, moet zo nodig worden voorzien van doeltreffende middelen (bijv. dioden of smeltveiligheden) ter voorkoming van een gevaarlijke retourstroom;
  5. Cellen en batterijen moeten worden vervaardigd onder een kwaliteitsbeheerprogramma dat het volgende omvat:
    1. Een beschrijving van de organisatiestructuur en medewerkersverantwoordelijkheden wat betreft ontwerp en productkwaliteit;
    2. De betreffende instructies voor onderzoek en beproeving, kwaliteitscontrole, kwaliteitsborging en bedrijfsprocessen waarvan gebruik zal worden gemaakt;
    3. Procescontroles, met onder meer relevante verrichtingen bedoeld om interne kortsluiting tijdens de vervaardiging van cellen te voorkomen en vast te stellen;
    4. Kwaliteitsdossiers, zoals onderzoeksrapporten, beproevingsgegevens, kalibratiegegevens en certificaten; de beproevingsgegevens moeten worden bewaard en op verzoek aan de bevoegde autoriteit ter beschikking worden gesteld;
    5. Beoordelingen door de bedrijfsleiding ter waarborging van het doeltreffend functioneren van het kwaliteitsbeheersysteem;
    6. Een proces voor de controle van documenten en de revisie daarvan;
    7. Een middel voor het controleren van cellen of batterijen die niet met het in a) hierboven bedoelde beproefde type overeenkomen;
    8. Opleidingsprogramma's en kwalificatieprocedures voor het betreffende personeel; en
    9. Procedures om beschadiging van het eindproduct uit te sluiten.
  6. Lithiumbatterijen met zowel primaire cellen van metallisch lithium als oplaadbare lithium-ion-cellen niet ontworpen voor externe oplading (zie bijzondere bepaling 387 van hoofdstuk 3.3), moeten aan de volgende eisen voldoen:
    1. De oplaadbare lithium-ion-ellen kunnen alleen worden opgeladen via de primaire cellen van metallisch lithium;
    2. Het ontwerp van de lithium-ion-ellen voorkomt dat de cellen worden overladen;
    3. De batterij is beproefd als primaire lithiumbatterij;
    4. De cellen van de batterij zijn van het type waarvan is aangetoond dat ze voldoen aan de respectieve beproevingseisen van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 38.3.
  7. Fabrikanten en aansluitende distributeurs van na 30 juni 2003 vervaardigde cellen of batterijen moeten de samenvatting van de beproeving als bedoeld in deel III, subsectie 38.3, paragraaf 38.3.5 van het Handboek beproevingen en criteria, ter beschikking stellen. Dit geldt niet voor knoopcelbatterijen ingebouwd in apparatuur (met inbegrip van printplaten).

    OPMERKING: Onder de term “ter beschikking stellen” moet worden verstaan dat fabrikanten en aansluitende distributeurs ervoor zorgen dat de samenvatting van de beproeving toegankelijk is, zodat de verzender of andere personen in de toeleveringsketen kunnen bevestigen dat aan de eisen is voldaan.

Opmerking: Interne kwaliteitsbeheerprogramma's mogen worden toegestaan. Certificering door een derde is niet vereist, maar de onder (i) t/m (ix) hierboven vermelde procedures moeten naar behoren gedocumenteerd en verifieerbaar zijn. Een beschrijving van het kwaliteitsbeheerprogramma moet desgevraagd aan de bevoegde autoriteit worden overgelegd.

Lithiumbatterijen zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADN indien zij voldoen aan de vereisten van bijzondere bepaling 188 in hoofdstuk 3.3.

Natrium-ion batterijen

Cellen en batterijen, cellen en batterijen in apparatuur en cellen en batterijen verpakt met apparatuur die natriumionen bevatten, die een oplaadbaar elektrochemisch systeem vormen waarbij de positieve en negatieve elektrode beide intercalatie- of insteekverbindingen zijn, geconstrueerd zonder metallisch natrium (of natriumlegering) in beide elektroden en met een organische niet-waterige verbinding als elektrolyt, moeten worden ingedeeld onder UN-nummers 3551 of 3552 naar gelang van het geval.

OPMERKING: Geïntercaleerd natrium bestaat in een ionische of quasi-atomaire vorm in het rooster van het elektrodemateriaal.

Zij mogen in deze positie worden vervoerd, indien aan de volgende voorschriften wordt voldaan:

  1. Elke cel of batterij is van het type waarvan is aangetoond dat het voldoet aan de eisen van de toepasselijke beproevingen van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 38.3;

    OPMERKING: Batterijen moeten van een ontwerptype zijn waarvan is aangetoond dat het voldoet aan de beproevingsvereisten van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 38.3, ongeacht of de cellen waaruit zij bestaan van een beproefd type zijn.

  2. Elke cel en batterij moet zijn voorzien van een veiligheidsinrichting voor de ontluchting of moet zodanig ontworpen zijn dat zij onder normale vervoersomstandigheden niet met geweld kan bezwijken;
  3. Elke cel en batterij moet zijn voorzien van een doeltreffend middel ter voorkoming van uitwendige kortsluitingen;
  4. Elke batterij die cellen of series van parellel geschakelde cellen bevat, moet zo nodig worden voorzien van doeltreffende middelen (bv. dioden, smeltveiligheden, etc.) ter voorkoming van een gevaarlijke retourstroom;
  5. Cellen en batterijen moeten worden vervaardigd onder een kwaliteitsbeheerprogramma zoals voorgeschreven onder 2.2.9.1.7.1 e), i) tot en met ix;
  6. Fabrikanten en aansluitende distributeurs van cellen of batterijen moeten de samenvatting van de beproeving als bedoeld in deel III, subsectie 38.3, paragraaf 38.3.5 van het Handboek beproevingen en criteria, ter beschikking stellen.

    OPMERKING: Onder de term “ter beschikking stellen” moet worden verstaan dat fabrikanten en aansluitende distributeurs ervoor zorgen dat de samenvatting van de beproeving toegankelijk is, zodat de verzender of andere personen in de toeleveringsketen kunnen bevestigen dat aan de eisen is voldaan.

Natrium-ion batterijen zijn niet onderworpen aan de voorschriften van ADN als zij voldoen aan de voorschriften van bijzondere bepalingen 188 of 400 van hoofdstuk 3.3

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADN , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADN regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADN, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADN.