ADN-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 3 — Gevaarlijke goederen + bijzondere bepalingen

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Deel 4 uit ADR 2025 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Deel 6 uit ADR 2025 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.5 openen →
Hoofdstuk 6.6 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Hoofdstuk 6.11 openen →

Deel 7 — Vervoer, laden, lossen

Hoofdstuk 7.1 openen →
Hoofdstuk 7.2 openen →

Deel 8 — Bemanning + voertuig

Deel 9 — Constructie + goedkeuring voertuigen

Hoofdstuk 9.3 openen →
Tabel A Tabel C
ADN 2025
Inhoudsopgave hoofdstuk 8.1
  1. 8.1.2 Documenten

DEEL 8
VOORSCHRIFTEN VOOR DE BEMANNING, DE UITRUSTING, DE EXPLOITATIE VAN DE SCHEPEN EN DE DOCUMENTEN.

Hoofdstuk 8.1
Algemene voorschriften voor de schepen en de uitrusting.

Behalve de op grond van andere voorschriften vereiste documenten moeten de volgende documenten aan boord zijn:

  1. het in 1.16.1.1 voorgeschreven Certificaat van Goedkeuring van het schip of het in 1.16.1.3 voorgeschreven voorlopige Certificaat van Goedkeuring van het schip en de in 1.16.1.4 genoemde bijlage;
  2. de in 5.4.1 voorgeschreven vervoersdocumenten voor alle als lading vervoerde gevaarlijke goederen;
  3. de in 5.4.3 vereiste schriftelijke instructies;
  4. een exemplaar van het ADN met de laatste versie van het Reglement als Bijlage;
  5. de in 8.1.7 vereiste verklaring van inspectie met betrekking tot de isolatieweerstand van de elektrische inrichtingen en de in 8.1.7.2 voorgeschreven verklaringen van inspectie met betrekking tot alle installaties, apparaten en autonome beveiligingssystemen en overeenstemming van de documenten als vereist in 8.1.2.2 e) t/m h) en 8.1.2.3 r) t/m v) met de omstandigheden aan boord;
  6. een verklaring van inspectie met betrekking tot de brandblusslangen zoals voorgeschreven in 8.1.6.1 en een verklaring van inspectie met betrekking tot de speciale uitrusting, zoals voorgeschreven in 8.1.6.3;
  7. een boek, waarin alle resultaten van de vereiste metingen worden opgetekend;
  8. een kopie van de betreffende tekst van de speciale regeling(en) conform 1.5, indien het transport op basis van deze speciale regeling(en) wordt uitgevoerd;
  9. het in 1.10.1.4 voorgeschreven identiteitsbewijs met foto voor ieder lid van de bemanning;
  10. Geschrapt
  11. voor schepen die beschikken over slangassemblages voor laden, lossen of de afgifte van LNG bestemd als scheepsaandrijfstof, het inspectie certificaat en de documentatie over de maximaal toegelaten druk zoals voorgeschreven in 8.1.6.2.
  12. voor schepen die reparaties aan explosiebeveiligde installaties en apparaten en autonome beveiligingssystemen nodig hadden, de verklaring zoals bedoeld in 8.1.7.3.

De in de paragraaf c), d) en h) vermelde documenten mogen elektronisch in een menselijk leesbaar formaat aan boord worden bewaard.

Behalve de in 8.1.2.1 voorgeschreven documenten moeten aan boord van droge lading schepen de volgende documenten ook aan boord zijn:

  1. het in 7.1.4.11 voorgeschreven stuwplan;
  2. de in 8.2.1.2 voorgeschreven verklaring met betrekking tot de bijzondere kennis van het ADN;
  3. voor schepen die voldoen aan de aanvullende voorschriften voor dubbelwandige schepen:
    • een lekveiligheidsplan;
    • de bescheiden met betrekking tot de intactstabiliteit, evenals de aan de lekberekening ten grondslag liggende intactstabiliteits-situaties, in de voor de schipper begrijpelijke vorm;
    • de verklaring van het erkend classificatiebureau (zie 9.1.0.88 of 9.2.0.88);
  4. de verklaring van onderzoek betreffende de vast ingebouwde brandblusinstallaties als voorgeschreven in 9.1.0.40.2.9.
  5. een lijst of een schema van de vast ingebouwde installaties en apparaten die ten minste geschikt zijn voor gebruik in zone 1 en de installaties en apparaten die voldoen aan 9.1.0.51;
  6. een lijst of een schema van de vast ingebouwde installaties en apparaten die tijdens het laden en lossen of tijdens een verblijf in of direct grenzend aan een door de wal aangewezen zone niet gebruikt mogen worden (rood gekenmerkt volgens 9.1.0.52.2);
  7. een tekening met de grenzen van de zones, waarop de in de betreffende zone geïnstalleerde elektrische en niet-elektrische apparaten voor gebruik in het explosiegevaarlijke gebied zijn aangegeven;
  8. een lijst van de onder g) genoemde installaties en apparaten met de volgende informatie:
    • Installatie/apparaat, plaats van opstelling, markering (explosiebeschermingsniveau volgens IEC 60079-0, apparatencategorie volgens Richtlijn 2014/34/EU1 of een gelijkwaardig beschermingsniveau, explosiegroep, temperatuurklasse, beschermingssoort, beproevingsinstantie3) bij elektrische apparaten voor gebruik in zone 1 (of een kopie van het conformiteitscertificaat als bedoeld in Richtlijn 2014/34/EU1 );
    • Installatie/apparaat, plaats van opstelling, markering (explosiebeschermingsniveau volgens IEC 60079-0, apparatencategorie volgens Richtlijn 2014/34/EU1 of een gelijkwaardig beschermingsniveau, met inbegrip van explosiegroep en temperatuurklasse, beschermingssoort, identificatienummer) bij elektrische apparaten voor gebruik in zone 2 evenals bij niet-elektrische apparaten voor gebruik in zone 1 en zone 2 (of een kopie van het conformiteitscertificaat als bedoeld in Richtlijn 2014/34/EU1 ).

De documenten zoals genoemd onder e) tot en met h) moeten zijn voorzien van een stempel van de bevoegde autoriteit die het Certificaat van Goedkeuring afgeeft.

Het in de paragraaf a) vermeld document mag elektronisch in een menselijk leesbaar formaat aan boord worden bewaard.

1 Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 96 van 29 maart 2014, blz. 309.

3 Aangemelde instantie, in het kader van Richtlijn 2014/34/EU, of gelijkwaardig.

Behalve de in 8.1.2.1 voorgeschreven documenten moeten de volgende documenten aan boord van tankschepen zijn:

  1. het in 7.2.4.11.2 voorgeschreven stuwplan;
  2. de in 8.2.1.2 vereiste verklaring met betrekking tot de bijzondere kennis van het ADN;
  3. bij schepen, bij schepen, die aan de voorwaarden met betrekking tot de lekveiligheid moeten voldoen
    (zie paragraaf 9.3.1.15, 9.3.2.15 of 9.3.3.15) :
    • een lekveiligheidsplan;
    • de bescheiden met betrekking tot de intactstabiliteit, evenals alle situaties van intactstabiliteit die aan de berekening van de lekstabiliteit ten grondslag liggen, in de voor de schipper begrijpelijke vorm (zie 9.3.1.15, 9.3.2.15 of 9.3.3.15), het stabiliteitsboek en het bewijs dat de beladingscomputer is goedgekeurd door het erkend classificatiebureau;
  4. (Geschrapt)
  5. het in 9.3.1.8.1, 9.3.2.8.1 of 9.3.3.8.1 voorgeschreven klassecertificaat afgegeven door het erkend classificatiebureau;
  6. de in 8.1.6.3 voorgeschreven verklaringen van inspectie met betrekking tot de gasdetectie-installaties en de zuurstofmeetinstallatie zoals voorgeschreven in 8.1.6.3;
  7. de in 1.16.1.2.5 voorgeschreven Scheepsstoffenlijst;
  8. de in 8.1.6.2 voorgeschreven verklaring met betrekking tot de beproeving van de slangassemblages voor het laden en lossen;
  9. de in 9.3.2.25.9 of 9.3.3.25.9 voorgeschreven instructie met betrekking tot de laad- en lossnelheden;
  10. de in 8.1.8 voorgeschreven verklaring van inspectie met betrekking tot de pompkamers;
  11. bij het vervoer van stoffen met een smeltpunt ≥ 0 °C, de verwarmingsinstructies;
  12. (Geschrapt)
  13. de reisregistratie waarnaar wordt verwezen in 8.1.11;
  14. voor het vervoer van gekoelde stoffen: de instructie voorgeschreven in 7.2.3.28;
  15. het certificaat betreffende de koelinstallatie, voorgeschreven in 9.3.1.27.10, 9.3.2.27.10 of 9.3.3.27.10;
  16. de verklaringen van onderzoek betreffende de vast ingebouwde brandblusinstallaties als voorgeschreven in 9.3.1.40.2.9, 9.3.2.40.2.9 en 9.3.3.40.2.9.
  17. bij het vervoer van sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen en indien de temperatuur niet wordt gecontroleerd overeenkomstig 9.3.1.24.1 a) en 9.3.1.24.1 c), de berekening van de verblijftijd (7.2.4.16.16, 7.2.4.16.17) en de documentatie van de warmtedoorgangscoëfficiënt;
  18. een lijst of een schema van de vast ingebouwde installaties en apparaten die ten minste geschikt zijn voor gebruik in zone 1 en de installaties en apparaten die voldoen aan 9.3.x.51;
  19. een lijst of een schema van de vast ingebouwde installaties en apparaten die tijdens het laden en lossen, ontgassen terwijl het schip op de ligplaats ligt of tijdens een verblijf in of direct grenzend aan een door de wal aangewezen zone niet gebruikt mogen worden (rood gekenmerkt volgens 9.3.1.52.3, 9.3.2.52.3 of 9.3.3.52.3);
  20. een door een erkend classificatiebureau goedgekeurd plan met de grenzen van de zones, waarop de in de betreffende zone aangebrachte elektrische en niet-elektrische installaties en apparaten voor gebruik in de explosiegevaarlijke gebieden evenals de autonome beveiligingssystemen zijn aangegeven;
  21. een lijst van de onder t) genoemde installaties en apparaten evenals de autonome beveiligingssystemen met de volgende informatie:
    • Installaties/apparaten, plaats van opstelling, markering (explosiebeschermingsniveau volgens IEC 60079-0, apparatencategorie volgens Richtlijn 2014/34/EU1 of ten minste gelijkwaardig), met inbegrip van explosiegroep en temperatuurklasse, beschermingssoort en beproevingsinstantie4) bij elektrische apparaten voor gebruik in zone 0 of zone 1 evenals bij niet-elektrische apparaten voor gebruik in zone 0 (of een kopie van de verklaring van inspectie, bijv. het conformiteitscertificaat als bedoeld in Richtlijn 2014/34/EU1 );
    • Installatie/apparaat, plaats van opstelling, markering (explosiebeschermingsniveau volgens IEC 60079-0, apparatencategorie volgens Richtlijn 2014/34/EU1 of een gelijkwaardig beschermingsniveau, met inbegrip van explosiegroep en temperatuurklasse, beschermingssoort, identificatienummer) bij elektrische apparaten voor gebruik in zone 2 evenals bij niet-elektrische apparaten voor gebruik in zone 1 en zone 2 (of een kopie van de verklaring van inspectie, bijv. het conformiteitscertificaat als bedoeld in Richtlijn 2014/34/EU1 );
    • autonoom beveiligingssysteem, plaats van opstelling, markering (explosiegroep/subgroep);
  22. een lijst of een schema van de buiten de explosiegevaarlijke gebieden geplaatste vast ingebouwde installaties en apparaten die tijdens het laden, lossen, ontgassen terwijl het schip op de ligplaats ligt of tijdens een verblijf in of direct grenzend aan een door de wal aangewezen zone gebruikt mogen worden, voor zover ze niet onder r) en u) vallen. De in r) t/m v) genoemde documenten moeten zijn voorzien zijn van een stempel van de bevoegde autoriteit die het Certificaat van Goedkeuring afgeeft;
  23. de volgens 3.2.3.1 vereiste certificaten, Toelichting op tabel C, kolom (20), punt 12, letters p) en q), in voorkomend geval;
  24. de volgens 3.2.3.1 vereiste certificaten, Toelichting op tabel C, kolom (20), punt 33, letters i), n) en o), in voorkomend geval.

De in de paragraaf a), g), j), k), m), n) en q) vermelde documenten mogen elektronisch in een menselijk leesbaar formaat aan boord worden bewaard.

De in c) vermelde documenten mogen elektronisch aan boord worden bewaard in pdf-formaat volgens ISO-norm 32000-1, vergezeld van een geavanceerde elektronische handtekening volgens Verordening (EU) 910/2014, of ten minste gelijkwaardig.

1 Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 96 van 29 maart 2014, blz. 309.

4 Aangemelde instantie, in het kader van Richtlijn 2014/34/EU, of gelijkwaardig.

 

De schriftelijke instructies waarnaar wordt verwezen in 5.4.3 moeten vóór het laden aan de schipper worden overhandigd. Zij moeten op een zodanige wijze in het stuurhuis worden bewaard, dat ze steeds beschikbaar zijn.

De vervoersdocumenten moeten aan boord van droge lading schepen vóór het laden aan de schipper worden overhandigd en aan boord van tankschepen direct na het laden en voordat de reis begint aan de schipper worden overhandigd.

Voor droge lading duwbakken, die geen gevaarlijke goederen vervoeren, is de aanwezigheid van het Certificaat van Goedkeuring niet vereist, mits de plaat als bedoeld in het CEVNI in hetzelfde lettertype wordt aangevuld met de volgende gegevens:

Nr. van het Certificaat van Goedkeuring: ...
Afgegeven door: ...
Geldig tot: ...

Het Certificaat van Goedkeuring en de in 1.16.1.4 genoemde bijlage moeten zich in dit geval in het bezit van de eigenaar van de duwbak bevinden.

De overeenstemming van de op de plaat aangebrachte gegevens met die welke in het Certificaat van Goedkeuring zijn vermeld moet door een bevoegde autoriteit worden vastgesteld, die een merkteken op de plaat moet aanbrengen.

Voor droge lading- of tankduwbakken, die gevaarlijke goederen vervoeren, is de aanwezigheid aan boord van het Certificaat van Goedkeuring niet vereist, mits de plaat als bedoeld in het CEVNI door een tweede metalen of kunststof plaat, voorzien van een fotokopie van het totale Certificaat van Goedkeuring, wordt aangevuld. Een fotokopie van de in 1.16.1.4 genoemde bijlage is niet vereist.

Het Certificaat van Goedkeuring en de in 1.16.1.4 genoemde bijlage moeten zich in dit geval in het bezit van de eigenaar van de duwbak bevinden.

De overeenstemming van de gegevens op de plaat moet door een bevoegde autoriteit worden vastgesteld, die een merkteken op de plaat moet aanbrengen.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADN , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADN regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADN, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADN.