ADN-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 3 — Gevaarlijke goederen + bijzondere bepalingen

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Deel 4 uit ADR 2025 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Deel 6 uit ADR 2025 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.5 openen →
Hoofdstuk 6.6 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Hoofdstuk 6.11 openen →

Deel 7 — Vervoer, laden, lossen

Hoofdstuk 7.1 openen →
Hoofdstuk 7.2 openen →

Deel 8 — Bemanning + voertuig

Deel 9 — Constructie + goedkeuring voertuigen

Hoofdstuk 9.3 openen →
Tabel A Tabel C
ADN 2025
Inhoudsopgave hoofdstuk 5.5
  1. 5.5.2 Bijzondere bepalingen van toepassing op gegaste laadeenheden (UN 3359)
  2. 5.5.2.1 Algemeen
  3. 5.5.2.2 Opleiding
  4. 5.5.2.3 Kenmerking en grote etiketten

Hoofdstuk 5.5
Bijzondere bepalingen.

 

Bijzondere bepalingen van toepassing op gegaste laadeenheden (UN 3359)

Gegaste laadeenheden (UN 3359) die geen andere gevaarlijke goederen bevatten zijn niet onderworpen aan enige bepaling van het ADN anders dan die van deze sectie.

Opmerking: Voor doeleinden van dit hoofdstuk betekent laadeenheid een voertuig, een container, een tankcontainer, een transporttank of een MEGC.

Indien de gegaste laadeenheid naast het gassingsmiddel beladen wordt met gevaarlijke goederen, zijn alle bepalingen van het ADN die deze goederen betreffen (met inbegrip van het aanbrengen van grote etiketten, kenmerking en documentatie) van toepassing aanvullend op de bepalingen van de sectie.

Voor het vervoer van gegaste ladingen mogen uitsluitend laadeenheden worden gebruikt die op zodanige wijze gesloten kunnen worden dat de ontsnapping van gas tot een minimum wordt gereduceerd.

Opleiding

Personen, die betrokken zijn bij de behandeling van gegaste laadeenheden, moeten een opleiding hebben genoten passend bij hun verantwoordelijkheden.

Een gegaste laadeenheid moet van een kenmerking zijn voorzien in de vorm van een waarschuwingsteken, zoals aangegeven in 5.5.2.3.2, dat op elk punt van toegang is aangebracht op een plaats waar het gemakkelijk kan worden gezien door personen die de laadeenheid openen of binnengaan. Deze kenmerking moet op de laadeenheid blijven totdat aan de volgende bepalingen is voldaan:

  1. de gegaste laadeenheid is geventileerd om schadelijke concentraties van het gassingsmiddel te verwijderen; en
  2. de gegaste goederen of stoffen zijn gelost.

Voor het waarschuwingsteken voor gegaste ladingen moet het model worden gebruikt zoals aangegeven in figuur 5.5.2.3.2.

Figuur 5.5.2.3.2

Waarschuwingsteken voor gegaste lading

Het kenmerk moet rechthoekig zijn en mag niet kleiner zijn dan 400 mm breed en 300 mm hoog; de buitenste lijn moet ten minste 2 mm breed zijn. Het kenmerk moet zwart gedrukt zijn op een witte achtergrond, met letters van ten minste 25 mm hoog. Waar geen afmetingen zijn aangegeven, moeten alle kenmerken bij benadering in verhouding zijn tot de getoonde kenmerken.

Indien de gegaste laadeenheid volledig is geventileerd ofwel door de deuren van de eenheid te openen dan wel door mechanische ventilatie na gassing, moet de datum van ventilatie worden gemerkt op het waarschuwingsteken voor gegaste lading.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADN , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADN regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADN, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADN.