Vrijstellingen in samenhang met gevaarlijke goederen gebruikt voor de aandrijving van schepen, de vervoerde voertuigen, wagens of niet voor de weg bestemde mobiele machines en apparaten, het functioneren van hun bijzondere uitrusting, voor het onderhoud daarvan of voor het handhaven van de veiligheid
De voorschriften van het ADN zijn niet van toepassing op stoffen die aan boord worden meegevoerd in de verpakking, houder of tanks:
- voor de aandrijving van schepen of vervoerde voertuigen, wagens of niet voor de weg bestemde mobiele machines1.
- voor het onderhoud van schepen.
- voor het functioneren of onderhoud van hun permanent geïnstalleerde bijzondere uitrusting.
- voor het functioneren of onderhoud van hun mobiele bijzondere uitrusting die tijdens het vervoer wordt gebruikt of waarvan het gebruik tijdens het vervoer wordt beoogd.
- voor het handhaven van de veiligheid.
1 Zie voor de definitie van niet voor de weg bestemde mobiele machines paragaaf 2.7 van de “Consolidated Resolution on the Construction of Vehicles (R.E.3)” (VN-document ECE/TRANS/WP.29/78/Rev.3) of artikel 2 van Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 059 van 27 februari 1998).