ADN-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 3 — Gevaarlijke goederen + bijzondere bepalingen

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Deel 4 uit ADR 2025 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Deel 6 uit ADR 2025 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.5 openen →
Hoofdstuk 6.6 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Hoofdstuk 6.11 openen →

Deel 7 — Vervoer, laden, lossen

Hoofdstuk 7.1 openen →
Hoofdstuk 7.2 openen →

Deel 8 — Bemanning + voertuig

Deel 9 — Constructie + goedkeuring voertuigen

Hoofdstuk 9.3 openen →
Tabel A Tabel C
ADN 2025
Inhoudsopgave hoofdstuk 5.1
  1. 5.1.1 Toepassingsgebied en algemene voorschriften
  2. 5.1.2 Het gebruik van oververpakkingen
  3. 5.1.3 Ongereinigde, lege verpakkingen (met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen), tanks, MEMU’s, voertuigen, wagens en containers voor vervoer als los gestort goed

DEEL 5
PROCEDURES VOOR DE VERZENDING

Hoofdstuk 5.1
Algemene voorschriften.

 

Toepassingsgebied en algemene voorschriften

Dit deel bevat voorschriften voor de verzending van gevaarlijke goederen met betrekking tot de kenmerking, de etikettering en documentatie, en, waar van toepassing, goedkeuring van de verzending en voorafgaande kennisgeving.

Het gebruik van oververpakkingen

  1. Tenzij de kenmerken en etiketten vereist volgens hoofdstuk 5.2, met uitzondering van 5.2.1.3 tot en met 5.2.1.6, 5.2.1.7.2 tot en met 5.2.1.7.8 en 5.2.1.10, representatief voor alle gevaarlijke goederen in een oververpakking zichtbaar zijn, moet de oververpakking :
    1. de aanduiding "OVERVERPAKKING" bevatten.

      De letters van het woord “OVERVERPAKKING” moeten ten minste 12 mm hoog zijn. De aanduiding moet zijn gesteld in een officiële taal van het land van herkomst en bovendien, indien deze taal niet het Engels, Frans of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele overeenkomsten die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen; en

    2. geëtiketteerd en gekenmerkt zijn met het UN-nummer en andere kenmerken zoals voorgeschreven voor colli in hoofdstuk 5.2, met uitzondering van 5.2.1.3 tot en met 5.2.1.6, 5.2.1.7.2 tot en met 5.2.1.7.8 en 5.2.1.10 voor alle afzonderlijke gevaarlijke goederen die in de oververpakking aanwezig zijn. Elk toepasselijk kenmerk of etiket hoeft slechts eenmaal te worden aangebracht.

      Oververpakkingen die radioactieve stoffen bevatten, moeten volgens 5.2.2.1.11 worden geëtiketteerd.

  2. Richtinggevende pijlen, afgebeeld in 5.2.1.10, moeten op twee tegenover elkaar gelegen zijden te zien zijn van oververpakkingen met colli die van een kenmerking overeenkomstig 5.2.1.10.1 moeten zijn voorzien, tenzij de kenmerken zichtbaar blijven.

Elk collo met gevaarlijke goederen dat zich bevindt in een oververpakking moet voldoen aan alle van toepassing zijnde voorschriften van het ADN. De beoogde functie van elke verpakking mag door de oververpakking niet worden aangetast.

Van elk collo waarop de richtinggevende kenmerken voorgeschreven in 5.2.1.10 zijn aangebracht en dat in een oververpakking of een grote verpakking is geplaatst, moet de stand overeenkomen met deze kenmerken.

De samenladingsverboden zijn ook op deze oververpakkingen van toepassing.

Ongereinigde, lege verpakkingen (met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen), tanks, MEMU’s, voertuigen, wagens en containers voor vervoer als los gestort goed

Ongereinigde, niet ontgaste en niet gedecontamineerde, lege verpakkingen (met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen), tanks (met inbegrip van tankwagens, batterijwagens, (weg), batterijwagens (spoor) afneembare tanks, transporttanks, tankcontainers, MEGC's, MEMU’s), voertuigen, wagens en containers voor los gestort vervoer, die gevaarlijke goederen van de verschillende klassen, met uitzondering van klasse 7, hebben bevat, moeten van dezelfde kenmerking en etiketten of grote etiketten zijn voorzien als in gevulde toestand.

Opmerking: Zie hoofdstuk 5.4 voor de documentatie.

Containers, tanks, IBC’s alsmede overige verpakkingen en oververpakkingen die voor het vervoer van radioactieve stoffen worden gebruikt, mogen niet voor de opslag of het vervoer van andere goederen worden gebruikt, tenzij zij zijn gedecontamineerd tot onder het niveau van 0,4 Bq/cm2 voor bèta- en gammastralers, alsmede voor alfastralers van geringe toxiciteit en 0,04 Bq/cm2 voor alle andere alfastralers.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van ADN , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de ADN regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde ADN, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale ADN.